Is de juiste werkwoordsvorm u heeft of u hebt, u is of u bent, u kan of u kunt, u wil of u wilt, u zal of u zult?
In de genoemde gevallen zijn beide werkwoordsvormen mogelijk. U hebt en u bent zijn echter gebruikelijker dan u heeft en (vooral) u is, die soms een uitgesproken formeel karakter hebben. U kan, u wil en u zal zijn daarentegen juist soms informeler dan respectievelijk u kunt, u wilt en u zult.
Het persoonlijk voornaamwoord u is van oorsprong een vorm voor de derde persoon enkelvoud (afgeleid van uwe edelheid) en wordt daarom soms gecombineerd met werkwoorden in de derde persoon enkelvoud, zoals bij u heeft, u is, u kan, u wil, u zal.
Tegenwoordig geldt u echter als een vorm van de tweede persoon (enkelvoud en meervoud), waarmee – in tegenstelling tot de persoonlijke voornaamwoorden jij, je en jullie – beleefdheid of afstand uitgedrukt wordt. U wordt dan verbonden met een werkwoord in de tweede persoon, dus: u hebt (hebt u; dat u…hebt), u bent, u kunt, u wilt, u zult.
De ANS geeft aan de combinaties u kan, u wil en u zal het label 'informeel' (in Nederland). In België wordt het gebruik daarvan niet als informeel beschouwd. Zo kan een aankondiging op televisie luiden:
(1) Tot de ochtend kan u kijken naar een herhaling van het journaal.
U is wordt in de ANS ‘weinig gebruikelijk’ genoemd.
Hij wilt / wil
Je kan / kunt
Zich / u (U vergist –)
Zich / u (U hebt – vergist)
Zichzelf / uzelf
Zoudt / zou u
ANS (1997), p. 94-100; Schrijfwijzer (1995), p. 111; Correct Taalgebruik (1997), p. 208-209; Taalboek Nederlands (1997) p. 138