Stuur je een brief aan of naar alle betrokkenen?
De twee voorzetsels kunnen in deze constructie vaak door elkaar worden gebruikt. Het voorzetsel aan wordt bij voorkeur gebruikt bij een persoon (de geadresseerde), naar als de geadresseerde een instantie of een groep personen is. Bij aan overheerst de gedachte aan het geschrevene, de inhoud van de brief, bij naar de gedachte aan de brief als voorwerp.
Het werkwoord sturen, met de betekenis 'zenden' kan een lijdend voorwerp en een meewerkend voorwerp krijgen. Het meewerkend voorwerp kan met het voorzetsel aan worden geconstrueerd. In het meewerkend voorwerp in deze constructies wordt de persoon (of de groep personen, of de instantie) uitgedrukt aan wie iets wordt gestuurd, in het geval van een brief is dat de geadresseerde.
(1a) Hij stuurde een brief aan zijn moeder.
(1b) Hij stuurde aan zijn moeder een brief.
Bij sturen kan echter ook een bijwoordelijke bepaling staan die aangeeft naar welke plaats iets of iemand wordt gestuurd. Die bijwoordelijke bepaling begint met naar. De volgende zinnen illustreren het gebruik van naar:
(2) Het directiecomité stuurde de Raad van Bestuur naar huis.
(3) Olga stuurde haar dochter naar de winkel/naar bed.
(4) Olga stuurde haar zoons naar hun oma. (oma wordt hier als 'de plaats waar oma verblijft' geïnterpreteerd).
Een en ander betekent dat in de regel na aan bij sturen de persoon of groep personen volgt die de geadresseerde is, terwijl na naar meestal een plaats volgt. Vergelijk:
(5a) Pieternel stuurde een brief aan Geert.
(5b) Pieternel stuurde een brief naar Geerts thuisadres.
De tendens bestaat nu echter om beide voorzetsels door elkaar zonder betekenisverschil te gebruiken, hoewel dat niet in alle gevallen mogelijk lijkt te zijn.
Wanneer de geadresseerde bij sturen bijvoorbeeld een instantie of een groep is, dan kan die ook als een plaats worden gezien, en is het voorzetsel naar mogelijk. Dat is het geval in de volgende zinnen:
(6a) We hebben voor de bundel verscheen, naar alle betrokken uitgevers een brief gestuurd. (Taalwijzer)
(7a) De ondernemingsraden stuurden deze week een brief naar de vaste kamercommissie voor Justitie. (Taalwijzer)
(8a) Als u de precieze geadresseerde van de brief niet kent, dan stuurt u hem maar naar het secretariaat.
Overigens is aan ook perfect mogelijk in (6a) en (7a), maar moeilijker in (8a):
(6b) We hebben voor de bundel verscheen, aan alle betrokken uitgevers een brief gestuurd.
(7b) De ondernemingsraden stuurden deze week een brief aan de vaste kamercommissie voor Justitie.
(8b) Als u de precieze geadresseerde van de brief niet kent, dan stuurt u hem maar aan het secretariaat.
Bij een constructie met een persoon als geadresseerde is het soms mogelijk het voorzetsel naar te gebruiken. De volgende voorbeelden tonen dat aan:
(1c) Hij stuurde een brief naar zijn moeder.
(5c) Pieternel stuurde een brief naar Geert.
Bij deze varianten hebben bepaalde taalgebruikers het gevoel dat door het voorzetsel naar de nadruk wordt gelegd op de brief als voorwerp, terwijl bij aan meer de gedachte overheerst aan de inhoud van het geschrevene.
Samengevat: het voorzetsel aan wordt bij voorkeur gebruikt bij een persoon als geadresseerde, maar naar is in die context soms ook mogelijk. Als de geadresseerde een instantie of een groep personen is, wordt meestal naar gebruikt, maar ook aan is soms mogelijk.
Bestaan in / uit
Bezwijken aan / onder
Dateren van / uit
Reppen van / over
Slagen in / voor
Vergelijken bij / met
Waarschuwen voor / tegen
Grote Van Dale (2005); Van Dale Hedendaags Nederlands (1996) ; Verschueren (1996) ; Grote Koenen (1986)
|
sturen |
|
| Voorzetselwijzer (1997) |
zenden, met naar (iem., iets): we stuurden de kinderen naar hun oma; stuur de post maar naar zijn vakantieadres (...) of met aan (iem., iets), per post of bodedienst laten bezorgen: het bestuur stuurde een brief aan alle leden |
| Taal en tekst (1988) |
Iets sturen (zenden) aan een persoon, maar sturen (zenden) naar een plaats |
|
Taalwijzer (1998) , p. 309 |
naar of aan: het kan allebei (i.v.m. brieven, documenten e.a.). (Vindevolgel neemt in deze samenhang alleen aan op.) |
|
Taalbaak 71.11 |
sturen aan/naar iets aan mevrouw De Vries sturen een kind naar school sturen |