Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Rubber boot / rubberboot

Vraag

Wat is correct: rubber boot of rubberboot?

Antwoord

Beide spellingen zijn correct.

Toelichting

Rubber kan een zelfstandig naamwoord (de/het rubber) of een bijvoeglijk naamwoord zijn. Naast rubber komt ook het bijvoeglijk naamwoord rubberen voor.

Het zelfstandig naamwoord rubber wordt met een ander zelfstandig naamwoord gecombineerd tot een samenstelling, vooral in veelvoorkomende combinaties zoals rubberboot. Andere voorbeelden: rubberkogel, rubberlaarzen, rubberzool. De hoofdklemtoon ligt hier op rubber.

Rubber kan ook als stoffelijk bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden, met als betekenis 'gemaakt van rubber'. Een bijvoeglijk naamwoord staat gewoonlijk los voor een zelfstandig naamwoord: een grote boot, de oranje boot, en dus ook: een rubber boot en de rubber boot. Andere voorbeelden: rubber handschoenen, rubber straattegels, rubber laarzen. In woordgroepen met een bijvoeglijk naamwoord krijgen de beide woorden meestal een hoofdklemtoon.

Daarnaast komt het bijvoeglijk naamwoord rubberen voor. Combinaties met rubberen schrijven we ook los: rubberen boot, rubberen kogel, rubberen laarzen.

De betekenis van rubberboot, rubber boot en rubberen boot is hetzelfde; alle drie duiden ze 'een boot gemaakt van rubber' aan.

In sommige combinaties heeft rubber niet de betekenis 'gemaakt van rubber'; het kan dan alleen een zelfstandig naamwoord zijn. In combinatie met een ander zelfstandig naamwoord vormt het dan per definitie een samenstelling: rubberplantage ('plantage waar rubber geteeld wordt'), rubberproductie ('de productie van rubber'). Los schrijven (rubber plantage, rubber productie) is niet juist.

Zie ook

Samenstelling en afleiding aaneen (Leidraad 6.2)
Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)

Kunststoffen kozijnen / kunststofkozijnen / kunststof kozijnen
Plastieken / plastic
Rubberen / rubber

Naslagwerken

ANS (1997), p. 384 of online via de E-ANS, p. 720 of onlineGrote Van Dale (2005)Koenen (2006)Woordenlijst (2015)