Wat is juist: De respectievelijke antwoorden van de drie geïnterviewden waren bijna identiek of De respectieve antwoorden van de drie geïnterviewden waren bijna identiek?
Zowel respectieve als respectievelijke is juist. Respectievelijk kan als bijvoeglijk naamwoord en als bijwoord gebruikt worden, respectief alleen als bijvoeglijk naamwoord.
Respectievelijk is van oorsprong een bijwoord. Het is gevormd met het bijvoeglijk naamwoord respectief en het achtervoegsel -lijk. Vergelijkbare bijwoorden zijn gewoonlijk, recentelijk, bepaaldelijk etcetera. Respectievelijk betekent 'achtereenvolgens, in dezelfde volgorde als genoemd'.
(1) Charlotte en Marieke aten respectievelijk oesters en kreeft.
(2) In Parijs en Frankfurt gingen de beurzen respectievelijk 0,7 en 0,5 procent omhoog.
(3) Martin Scorsese werd al vijf keer genomineerd in de categorie Beste Regie, voor respectievelijk 'Raging Bull', 'The Last Temptation of Christ', 'Goodfellas', 'Gangs of New York' en 'The Aviator'.
Respectief is een bijvoeglijk naamwoord. Het gaat altijd vooraf aan een zelfstandig naamwoord. Het kan betekenen: 'betrekking hebbend op elk van de afzonderlijke zaken of personen waarvan sprake is, voor ieder afzonderlijk' (voorbeelden (4) en (5)) of 'achtereenvolgens, in de genoemde volgorde' (voorbeeld (6)). Tegenwoordig wordt ook respectievelijk als bijvoeglijk naamwoord gebruikt in die betekenissen. Dat gebruik is algemeen aanvaard. Veel taalgebruikers vinden respectievelijk als bijvoeglijk naamwoord zelfs gewoner dan respectief / respectieve.
(4) President Obama en president Chávez hebben het pad geëffend voor betere relaties tussen hun respectieve/respectievelijke landen. ('voor ieder afzonderlijk')
(5) Peter en Kees waren erg tevreden met hun respectieve/respectievelijke kamers. ('voor ieder afzonderlijk')
(6) Rapper Kanye West en R&B-ster Rihanna werden met hun respectieve/respectievelijke hits 'Stronger' en 'Umbrella' genomineerd voor de award voor 'video van het jaar'. ('in de genoemde volgorde')
Het bijvoeglijk gebruik van respectief en respectievelijk is vaak vrij inhoudsloos. Alleen als de volgorde van belang is (voorbeeld (6)), voegt respectief / respectievelijk iets toe aan de betekenis van de zin. In de voorbeelden (4) en (5) kan respectieve / respectievelijke weggelaten worden, zonder dat de betekenis van de zin verandert.
Respectievelijk kan zowel voor als achter een voorzetsel staan in gevallen als:
(7a) Lisa en Lotta gaan respectievelijk in Leiden en Groningen studeren.
(7b) Lisa en Lotta gaan in Leiden respectievelijk Groningen studeren.
Sommige taalgebruikers vinden alleen de volgorde van (7a) correct, maar ook de volgorde van (7b) kan als correct beschouwd worden.
Gelukkiglijk / gelukkig
Mogelijks / mogelijk
Onverwachtse / onverwachte
Recentelijk / recent
Tevergeefse / vergeefse
Voorafgaandelijk / voorafgaand
Hendrickx, R. Respectief / respectievelijk. Geraadpleegd op 11 april 2011 via http://www.vrt.be/taal/respectief-respectievelijk.
| respectief | respectievelijk | |
| ANS (1997), p. 394 of online via de E-ANS | - |
Respectievelijk ziet men vaak als adjectief gebruikt, bijv.: (i) Alvorens de volgende bladzijden in te voegen in de respectievelijke hoofdstukken, willen we een en ander nog eens nader bekijken. |
| Grote Van Dale (2005) | (bn.) 1 betrekking hebbend op of bepaald door de betrekking tot ieder der afzonderlijke zaken of personen waarvan sprake is, syn. betrekkelijk, bijzonder: hun respectieve namen, de namen die zij ieder voor zich dragen (…) 2 respectievelijk (II,1) | I (bn.) elk voor zich, syn. onderscheidenlijk: de plaatsen die zij respectievelijk innemen (…) (weinig gebruikt) respectief (1): de jongere zoons en bastaarden met hun respectievelijke afstammelingen II (bw.) 1 (bij opsommingen) in dezelfde volgorde als genoemd: drie personen, A, B, en C hebben respectievelijk een fiets, een motor en een auto (…) 2 (weinig gebruikt) achtereenvolgens |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | [bn.] 1 betr. hebbend op of bepaald door de betrekking tot ieder van de afzonderlijke zaken of personen waarvan sprake is | [bw.] 1 achtereenvolgens, onderscheidenlijk |
| Verschueren (1996) | bn. en ook bw. 1. Onderscheiden, verschillend: de …tieve namen. 2. Opeenvolgend: mijn …tieve leraren. respectievelijk bw. en ook bn. onderscheidenlijk, ieder van zijn kant, voor zover het hem betreft (…) de -e leiders van de groepen | [bij respectief] |
| Koenen (2006) | bn 1 wederkerig, wederzijds; 2 onderscheidenlijk | bn, bw onderscheidenlijk, achtereenvolgens |
| Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 231 | - | (correct naast en nu zelfs gebruikelijker dan:) respectief |
| Correct Taalgebruik (2006), p. 219 | - | Respectievelijk wordt tegenwoordig als bijvoeglijk naamwoord én als bijwoord gebruikt. |
| Taalwijzer (2000), p. 282 | Er bestaat een theoretisch onderscheid tussen respectief (adj.) en respectievelijk (bijw.). Uit de taalpraktijk blijkt echter dat respectievelijk ook vaak als adj. gebezigd wordt, al vindt Van Dale van niet. | Er bestaat een theoretisch onderscheid tussen respectief (adj.) en respectievelijk (bijw.). Uit de taalpraktijk blijkt echter dat respectievelijk ook vaak als adj. gebezigd wordt, al vindt Van Dale van niet. |
| Het Witte Woordenboek Nederlands (2007) | - | bn onderscheidenlijk, elk voor zich; in de genoemde orde |
| Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009) | - | bn onderscheidenlijk, elk voor zich; in de genoemde orde |