Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Rekeningrijden (vervoegingen)

Vraag

Heeft het werkwoord rekeningrijden vervoegde vormen?

Antwoord

Rekeningrijden is een werkwoord dat bijna uitsluitend voorkomt in de infinitief (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord: het rekeningrijden) en een enkele maal als voltooid deelwoord (Gisteren heb ik voor het eerst rekeninggereden). Hoewel het theoretisch mogelijk is om rekeningrijden te vervoegen (hij rijdt rekening, wij reden rekening, toen ik gistermiddag rekeningreed), zullen deze vormen zelden of nooit voorkomen.

Toelichting

Rekeningrijden is een zogenaamd onvolledig werkwoord. Dat wil zeggen dat het bijna uitsluitend voorkomt in de infinitief, als zelfstandig naamwoord (het rekeningrijden) en - sporadisch - als voltooid deelwoord (rekeninggereden).

Ofschoon rekeningrijden een werkwoord is dat met uitzondering van het voltooid deelwoord nauwelijks of nooit zal worden vervoegd, volgt het in het voltooid deelwoord natuurlijk wel de spelling van de 'normale', volledig vervoegbare scheidbare werkwoorden. Dat wil zeggen dat het voltooid deelwoord dus in één woord wordt geschreven: rekeninggereden (zoals teruggelopen, weggegaan).

Andere voorbeelden van onvolledige werkwoorden (de meeste van deze werkwoorden hebben ook geen voltooid deelwoord):

baantjerijden hordelopen polsstokverspringen
ballonvaren houtsnijden prijsschieten
bandstoten jachtspringen proefrijden
beeldsnijden kaartlezen ringrijden
bergbeklimmen kanaalzwemmen schaatsenrijden
bijslapen kanovaren schansspringen
blindvliegen klaplopen schijfschieten
blokdenken kleiduivenschieten schoolrijden
boekbinden klokkijken schoolzwemmen
bokspringen klootschieten schoonrijden
boogschieten kogelstoten schoonschrijven
borstzwemmen kribbebijten schoonspringen
buikspreken kroeglopen schoonzwemmen
deltavliegen kunstrijden schuitjevaren
discuswerpen kunstvliegen skilopen
duimzuigen kunstzwemmen skispringen
echtbreken landlopen slootjespringen
figuurrijden landmeten speerwerpen
flierefluiten lettergieten spelerijden
formatievliegen lijntrekken spookrijden
gaaischieten liplezen spoorzoeken
gansrijden maatslaan steltlopen
gansslaan machineschrijven straatslijpen
ganstrekken mastklimmen stuntvliegen
gedachtelezen midwinterblazen tijdrijden
geschiedschrijven motorrijden touwklimmen
gewichtheffen nachtvliegen touwtjespringen
glasblazen nagelbijten trampolinespringen
grootspreken paalzitten turfsteken
haarsnijden paardspringen veldrijden
handboogschieten palingtrekken vogelschieten
handenwringen parachutespringen waaierrijden
handlezen parelduiken wadlopen
hardrijden pistoolschieten wielrijden
hartenjagen plaatsnijden worteltrekken
hink-stap-springen polsstokhoogspringen zaklopen
hogeschoolrijden polsstokspringen
hoogspringen


Zie ook

Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)

Naslagwerken

ANS (1997) , p. 606 of online via de E-ANS; Woordenlijst (1995) ; Nieuwe Spellinggids (1997) ; Wolters-Koenen (1996)