Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Piloot- / pilot-

Vraag

Zijn woorden zoals pilootgemeente, pilootstudie en pilotonderzoek correct?

Antwoord

Ja. Samenstellingen met piloot- zijn standaardtaal in België, samenstellingen met pilot- zijn standaardtaal in Nederland. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn daarnaast samenstellingen met proef- of model- als eerste deel.

Toelichting

Om uit te drukken dat iets geldt als een experiment, een proefneming of als een model dat navolging verdient, kan men in de standaardtaal in het hele taalgebied samenstellingen gebruiken met als eerste deel proef- of model-.

(1) Vorig jaar lanceerden enkele gemeenten een proefproject voor het bouwen van windmolens.

(2) De Jordaan in Amsterdam wordt een modelwijk om te kijken of het nieuwe huisdierenbeleid een kans op slagen heeft.

In het geval van een eerste, voorlopig onderzoek spreekt men van een voorstudie of een vooronderzoek.

(3) De wetenschappers zullen volgende week een voorstudie publiceren over hun onderzoek naar het effect van bloemetjesbehang op het humeur van goudvissen.

In de standaardtaal in België komen ook samenstellingen met piloot- voor als alternatief voor woorden met proef-, model- of voor-. In de standaardtaal in Nederland worden in zulke gevallen samenstellingen met pilot- (uitgesproken: [pail∂t]) als eerste deel gebruikt. Samenstellingen met piloot- komen nagenoeg niet voor in Nederland en omgekeerd komen samenstellingen met pilot- bijna niet voor in België.

(4) De pilootaflevering van het spelprogramma 'Rad van Fortuin' legde nog enkele pijnpunten bloot. [standaardtaal in België]

(5) In Nijmegen is een pilotschool opgericht voor het opleiden van televisiepresentatoren. [standaardtaal in Nederland]

Hoewel veel naslagwerken het gebruik van samenstellingen met piloot- en pilot- afraden, zijn woorden als pilootgemeente, pilootproject en pilootstudie in België en pilotgemeente, pilotproject en pilotstudie in Nederland volledig ingeburgerd. Er hoeft dan ook geen bezwaar tegen gemaakt te worden.

Bronnen

Clerck, W. de (1981). Nijhoffs Zuidnederlands Woordenboek. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff. (p. 377)

Naslagwerken

 

piloot-

pilot-

Grote Van Dale (2005) (alg.Belg.N.) pilot-

als eerste lid in samengestelde zn. ter aanduiding dat het door het zn. genoemde het eerste (experimentele) exemplaar is van het in het tweede lid genoemde, dient voor proefnemingen, als model, syn. model-, proef-

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 (Belg.) pilot-

1 (ter aanduiding dat het door het tweede lid genoemde dient als proef, experiment) syn. piloot

Verschueren (1996)

-

[pilotstudy: voorbereidend onderzoek, voorstudie]

Koenen (2006)

[bij pilootproject] 1 pilotproject; 2 (Belg) concreet experiment vd overheid inzake sociale woningbouw en de financiering daarvan in een bep. woonbuurt

[bij pilotproject] project dat wordt opgezet om iets uit te proberen; pilootproject

[bij pilotstudie]

een voorlopige studie, een onderzoek of studie ter verkenning en opsomming vd problemen

Kramers (2000)

[in deze betekenis niet opgenomen]

-

Correct Taalgebruik (2006), p. 198

De betekenissen van het Franse 'pilote' en het Nederlandse piloot vallen slechts zelden samen. In het Nederlands is een piloot iemand die een vliegtuig bestuurt. (…) In samenstellingen geeft 'pilote' in het Frans meestal aan dat het om een experiment, een model of een proef gaat. Samenstellingen met piloot- zijn in het Nederlands zelden bruikbaar. Naar gelang van de betekenis werken we met proef-, model- of experimenteer- als eerste deel (…) In Nederland wordt in dit soort van samenstellingen vaak het Engelse 'pilot-' gebruikt. We beschikken evenwel zoals aangegeven over heel wat meer taaleigen alternatieven.

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 211

[bij piloot-] -afdeling, experimentele afdeling, proefafdeling, pilotafdeling; -aflevering, proefaflevering, pilotaflevering; -bedrijf, modelbedrijf, pilotbedrijf; -centrum, experimenteel centrum, pilotcentrum; -fase, experimentele fase, pilotfase; -functie, modelfunctie, pilotfunctie; -gemeente, modelgemeente, experimenteergemeente, pilotgemeente; -installatie, proefinstallatie, pilotinstallatie; -land, gidsland, pilotland; -onderzoek, verkennend onderzoek, vooronderzoek, pilotonderzoek; -project, proefproject, modelproject, pilotproject; -school, modelschool, experimenteerschool, pilotschool (pilot telkens met Engelse uitspraak)

-

Taalwijzer (1998), p. 218

[bij model-, wordt afgekeurd] Als we iets willen aanduiden dat het karakter draagt van proefneming of experiment en dat tevens als model ter navolging dient, beschikken we over verschillende mogelijkheden om het Franse pilote (…) weer te geven; bijv. modelcentrum (…) niet: piloot-

-

Stijlboek VRT (2003), p. 190

[wordt afgekeurd] Leenvertaling uit het Frans of Engels. Algemeen Nederlands zijn samenstellingen met proef-, test-, model- of experimenteer- als eerste lid.

[bij piloot-] Het Engelse pilot- gebruiken we zo weinig mogelijk.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

als eerste deel van samenstellingen: pilot-, model-, proef-

-