Is ordewoord correct?
Ja, ordewoord is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn woorden als leus (leuze), devies, parool, die een overeenkomstige betekenis hebben.
In de standaardtaal worden afhankelijk van de context onder meer de volgende woorden gebruikt die een verwante betekenis hebben: leus (leuze), devies, parool, wachtwoord, slogan en consigne.
(1) 'Alle mensen zijn gelijk' is het devies in onze democratie.
(2) Hij counterde met de slogan: 'Maar de ene is al wat gelijker dan de andere'.
(3) Het consigne van de dancing luidde: 'Geen mensen met sportschoenen binnenlaten'.
(4) Altijd op je hoede zijn, is het parool.
Daarnaast wordt in de standaardtaal in België in overeenkomstige gevallen ook ordewoord gebruikt.
(5) 'Teamwork' is dus nog altijd het ordewoord, ook in het tijdperk van de computeranimatie. [standaardtaal in België]
(6) Hét ordewoord is hier natuurlijk 'multimedia', een term die zowat alle ladingen dekt. [standaardtaal in België]
Ordewoord kan in de standaardtaal in België verder in de betekenis van 'oproep' gebruikt worden.
(7) Aangezien de directie halsstarrig bij haar standpunt bleef, volgde er een ordewoord van staking. [standaardtaal in België]
| ordewoord | leuze | devies | oproep | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 (alg.Belg.N.) devies of kernwoord dat binnen een groep of organisatie de richtlijn voor te nemen actie weergeeft |
bij leus [leus: 3 devies (…) formulering van een beginsel] |
1 zinspreuk onder een wapen of blazoen, syn. leus | 3 schriftelijke of mondelinge opwekking of aansporing, syn. beroep |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | - |
leus [leus: 1 kernachtige zin als uitdrukking van hetgeen men nastreeft of bestrijdt] |
1 zinspreuk (…) syn. credo, lijfspreuk, motto | 1 dringend verzoek om ergens te komen of iets te doen |
| Verschueren (1996) | - |
leus [leus: 2. (…) a. kern-, zinspreuk (…) b. leidend beginsel uitgedrukt in een slagzin, slogan of strijdkreet] |
1. zinspreuk, leus onder een wapen of blazoen | het oproepen |
| Koenen (1999) | - |
leus [leus:1 wachtwoord, parool (…) 2 kernachtige zin als uitdrukking ve m.n. politieke doelstelling; zinspreuk] |
1 zinspreuk (onder een wapen of een blazoen); (in het algem) leus | 1 het oproepen |
| Kramers (2000) | - | leus | zinspreuk, kernachtige zin, die een ideaal of doelstelling bevat | het oproepen; uitnodiging |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 187 | [wordt afgekeurd] Correct zijn: leuze, parool, oproep, wachtwoord. | - | - | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 199 | [wordt afgekeurd] leuze, wachtwoord, parool, devies, consigne | - | - | - |
| Taalwijzer (1998), p. 200 | [bij leus (leuze), wordt afgekeurd] niet: ordewoord | [bij leus (leuze)] of slogan zijn de gangbare tegenhangers van het Franse mot 'd ordre | - | - |
| Stijlboek VRT (2003), p. 184 | [wordt afgekeurd] Leenvertaling uit het Frans. Algemeen Nederlands zijn: leuze, slogan, motto, devies; bevel; oproep; kernwoord. | [niet in deze betekenis opgenomen] | - | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | leuze, parool, devies, wachtwoord | - | - | - |