Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Ongelovige / niet-gelovige

Vraag

Is er verschil in betekenis tussen ongelovige en niet-gelovige?

Antwoord

Ja. Het zelfstandig naamwoord niet-gelovige heeft een neutrale betekenis. Een niet-gelovige is 'iemand die niet gelooft in een bepaalde god'.

De betekenis van ongelovige is afhankelijk van het (religieuze) standpunt van de spreker. Vanuit het perspectief van een christen bijvoorbeeld is een ongelovige doorgaans iemand die niet-christen is. Voor een moslim betekent ongelovige meestal 'niet-islamitisch'.

Toch wordt ongelovige af en toe ook gebruikt met de neutrale betekenis. Ongelovige betekent dan hetzelfde als niet-gelovige.

Toelichting

Het bijwoord niet kan met een volgend woord worden verbonden. In de meeste gevallen betreft het bijvoeglijke naamwoorden (in het voorbeeld gaat het om zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden). Een dergelijke samenstelling heeft ongeveer dezelfde betekenis als een afleiding met on-. In een aantal gevallen zijn beide vormen naast elkaar mogelijk, soms met betekenisverschil, zoals bij niet-gelovige en ongelovige.

Een niet-gelovige is iemand die niet gelooft in een bepaalde god.

(1) Gelovige mensen hebben vaak hun oordeel klaar over niet-gelovigen en andersom.

De betekenis van ongelovige is subjectief en hangt af van het religieuze perspectief van de spreker. Vanuit het standpunt van een christen is een ongelovige een niet-christen. In de ogen van een moslim zijn de ongelovigen de niet-islamieten.

(2) De moskee is niet toegankelijk voor ongelovigen. ('niet-islamieten')

(3) Volgens zijn godsdienstleraar gaan de ongelovigen onverbiddelijk naar de hel. ('niet-christenen')

Uit de context kan ook blijken dat ongelovige een specifiekere groep benoemt. Zo verwijzen christenen met ongelovigen weleens naar de moslims en verwijzen moslims met ongelovigen soms naar de christenen.

(4) Rond 1095, nadat Jeruzalem door de moslims was bevrijd, trokken de christenen naar het Heilige Land om Jeruzalem van 'de ongelovigen' te bevrijden. ('moslims')

Af en toe komt ongelovige ook voor in de neutrale betekenis: iemand die niet gelooft in een bepaalde god.

(5) Dit is een openbaar leven waar gelovigen en ongelovigen elkaar ontmoeten en spreken over godsdienstige en levensbeschouwelijke verschillen die de moeite waard zijn om gerespecteerd te worden.

Andere voorbeelden van dubbele vormen zijn: niet-christelijk - onchristelijk ('niet in overeenstemming met de christelijke leer of moraal'), niet-leesbaar ('niet te lezen doordat de lettertekens te onduidelijk zijn') - onleesbaar (ook: 'niet te lezen wegens de ongenietbare stijl van schrijven of vanwege de inhoud'), niet-muzikaal ('zonder gevoel voor muziek') - onmuzikaal (ook: 'niet goed of prettig klinkend').

Een verschil in betekenis is niet bij alle dubbele vormen aan te wijzen. Vergelijk niet-controleerbaar - oncontroleerbaar, niet-officieelonofficieel en dergelijke.

Bijzonderheid

Ook zelfstandige naamwoorden kunnen zowel met on- (niet productief; bijvoorbeeld ongeloof, ongenade, onmens, onkruid, onweer) als met niet- (productief bij inheemse woorden, bijvoorbeeld niet-bezitter, niet-lid, niet-roker) worden gevormd.

Zie ook

Inacceptabel / onacceptabel
Meesterarchitect/ meester-architect
Onguur / guur

Naslagwerken

ongelovige niet-gelovige
Grote Van Dale (2005) 1 iem. die niet-christelijk is, syn. heiden (…) 2 (bij moslims) niet-moslim 3 ongodsdienstig mens in 't alg., syn. heiden.

-

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij ongelovig] 1 blijk gevend van ongeloof (…) 2 niet-gelovend, in godsdienstig opzicht, syn. vrijzinnig

[bij ongeloof] 1 het niet geloven aan iets

-

Verschueren (1996)

[bij ongelovig] 1. Algm. a. Eig. niet gelovend inz. aan de goddelijke openbaring (…) b. Metn. blijk gevend van ongeloof, van wantrouwen (…) 2. Inz. a. niet-christelijk (…) b. niet-islamitisch

-

Koenen (2006)

iem die niet gelooft, m.n. aan een bep. godsdienstige waarheid

-

Kramers (2000)

iem. die niet een bepaalde godsdienstige leer aanhangt

-

Taalwijzer (1998), p. 225

[bij niet-, on-] Er kan een verschil in betekenis zijn tussen vormen met niet- en vormen met on-. De vorm met niet- is neutraal, die met on- is negatief getint; bijv. niet-christelijk tgov. onchristelijk (= niet in overeenstemming met christelijke leer of moraal); (…)

WNT

[bij ongeloovig] 2) Met betrekking tot het godsdienstig geloof. a) Niet geloovende aan e Openbaring Gods in Christus. (…) b) Niet Christelijk, en dan bepaaldelijk: α) Heidensch (…) β) Mohammedaansch: meest zelfstandig: een ongeloovige, de ongeloovigen, de Muzelmannen. (…) γ) Ongodsdienstig in 't algemeen, aan geenerlei openbaring geloovende. (…) c) Ook ter aanduiding van den naam die door Muzelmannen gegeven wordt aan andersdenkenden, hetzij al of niet aanhangers van een ander geloof. (…) Een ongeloovige, een niet-Muzelman, inzonderheid een Christen of Jood.

-

Taalbaak 83.2

-

[bij Niet-produktief / onproductief (niet- of on-)] Niet- en on- komen vaak naast elkaar voor, soms met nuanceverschil: vormen met niet- zijn neutraal, vormen met on- stralen een negatief oordeel uit. Vergelijk niet-oordeelkundig en onoordeelkundig (dat laatste klinkt 'harder'), en niet-Nederlands en onnederlands. Soms is er echter géén verschil tussen de versie met niet- en die met on- (vergelijk niet-officieel en onofficieel).

ANS (1997), p. 699-701 of online via de E-ANS

[bij adjectieven met on-, non-, in- en a-; niet-] Met behulp van het voorvoegsel on- worden van adjectieven nieuwe adjectieven afgeleid met een ontkennend betekeniselement dat vaak verbonden is met een negatieve waardering.

[bij adjectieven met on-, non-, in- en a-; niet-] Behalve het voorvoegsel on-, en vaak in de plaats daarvan, wordt het ontkennende bijwoord niet gebruikt, dat vooral bij attributief gebruikte adjectieven kan fungeren als een voorvoegsel (men kan hier ook spreken van een samenstelling met niet als eerste lid). (…)

Soms komen beide vormen voor, waarbij een verschil in betekenis kan optreden. De vorm met niet- heeft dan een 'neutraal' ontkennend betekeniselement, terwijl die met on- een negatief oordeel aangeeft (…), bijv. niet-christelijk tegenover onchristelijk ('niet in overeenstemming met de christelijke leer of moraal') (…).

Morfologisch Handboek (1993), p. 47-50

 

[bij on-] Semantisch gezien kunnen twee prefixen on- onderscheiden worden, te weten het ontkennende prefix on- en het negatief-kwalificerende on-. (…) het negatief-kwalificerende on- treffen we daarentegen uitsluitend aan in afleidingen met een substantivisch rechterlid (…).

 -