Is onafgezien van correct?
Nee, onafgezien van is geen standaardtaal. Wel standaardtaal zijn afgezien van en ongeacht.
De voorzetseluitdrukking afgezien van betekent 'niet in aanmerking genomen', 'niet gelet op' (volgens de woordenboeken: 'niet in aanmerking nemend', 'niet lettend op') of 'met uitzondering van'.
(1) De tekst is afgezien van enkele tikfouten helemaal in orde.
(2) Afgezien van de bonuspunten krijgt u nog een extra korting op deze producten.
Ook het voorzetsel ongeacht kan met ongeveer dezelfde betekenis gebruikt worden.
(3) Ongeacht die foutjes is het een uitstekende tekst.
In België komt soms onafgezien van voor, maar die voorzetseluitdrukking is geen standaardtaal.
(4) Onafgezien van vervolging zal winkeldieven een bijdrage in de administratiekosten in rekening gebracht worden. (in België, geen standaardtaal)
| onafgezien van | afgezien van | |
| Grote Van Dale (2005) | [bij onafgezien] contaminatie van 'afgezien van' en 'ongeacht' of 'onverlet' (Belg.N., niet alg.) onafgezien van -, los van - | [bij afgezien] alleen in de verb. afgezien van -, niet lettend op -, niet in aanmerking nemend |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | - | 1 niet in aanmerking nemend |
| Verschueren (1996) | - | niet lettend op, niet in aanmerking nemend: - nog van de kosten |
| Koenen (1999) | - | vz-groep niet lettend op, niet in aanmerking nemend |
| Kramers (2000) | - | [bij afgezien] ~ van zonder te letten op, zonder in aanmerking te nemen |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 173 | [wordt afgekeurd] 'Onafgezien van' is om [sic] een contaminatie van afgezien van en ongeacht. Die voorzetsels betekenen niet gelet op, met uitzondering van, geen rekening houdend met. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (1996), p. 204 | [bij onafgezien, wordt afgekeurd] - van …, ongeacht …, afgezien van …, … buiten beschouwing gelaten | - |
| Taalwijzer (1998), p. 32 | [bij afgezien, - van] Correct zijn: afgezien van en *ongeacht (niet: onafgezien van). | [bij afgezien, - van] Correct zijn: afgezien van en *ongeacht (niet: onafgezien van). |
| Stijlboek VRT (2003), p. 178 | [bij onafgezien, wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands zijn: ongeacht, afgezien van. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | - onafgezien van, afgezien van, ongeacht | - |