Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Omdat / doordat

Vraag

Zijn omdat en doordat synoniemen?

Antwoord

Deels wel. Omdat en doordat kunnen allebei gebruikt worden om een oorzaak aan te geven. Omdat kan daarnaast ook een reden aangeven.

Toelichting

Vroeger werd er een streng onderscheid gemaakt tussen omdat (alleen redengevend; menselijke wil/motivatie speelt een rol) en doordat (alleen oorzaakaanduidend; menselijke wil/motivatie speelt geen rol). In het hedendaagse taalgebruik wordt dat onderscheid niet meer zo scherp gemaakt: omdat kan nu ook een oorzaak aangeven.

(1)  Het feest kon niet doorgaan omdat/doordat de kok ziek was geworden. (oorzaak)

(2)  De treinen hadden vertraging omdat/doordat ze werden omgeleid. (oorzaak)

Als er duidelijk sprake is van een reden, is alleen omdat juist.

(3)  Ik waarschuw je van tevoren, omdat ik wil voorkomen dat je in de problemen komt. (reden)

(4)  De vandaal zei dat hij het bushokje had vernield omdat hij daar gewoon zin in had. (reden)

Als er sprake is van een oorzaak waar de menselijke wil of de mogelijkheid van menselijke invloed totaal afwezig is (vaak bij weer- en natuurkundige verschijnselen), is zowel doordat (zin (5a) en (6a)) als omdat mogelijk. Doordat beklemtoont de onontkoombaarheid van het beschreven oorzakelijk verband. Met omdat plaatst de spreker zichzelf meer op de voorgrond als subjectieve beschrijver/interpreteerder van de feiten. Tegen omdat (zin (5b) en (6b)) hoeft geen bezwaar te worden gemaakt.

(5a) Doordat de zon meteen weer fel begon te schijnen, droogden de straten snel op. (oorzaak)

(5b) Omdat de zon meteen weer fel begon te schijnen, droogden de straten snel op. (oorzaak)

(6a) Doordat een veertje tóch gewicht heeft, dwarrelt het uiteindelijk altijd naar beneden. (oorzaak)

(6b) Omdat een veertje tóch gewicht heeft, dwarrelt het uiteindelijk altijd naar beneden. (oorzaak)

Zie ook

Daarom / daardoor
Opdat / zodat

Naslagwerken

ANS (1997), p. 555 of online via de E-ANSGrote Van Dale (2005); Schrijfwijzer (2005), p. 246-247; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 90; Vraagbaak Nederlands (2005), p. 128