Is het correct om om te gebruiken als er geen sprake is van een doel, bijvoorbeeld in een zin als: Hij ging weg om niet meer terug te komen?
Ja. Weliswaar wordt dit gebruik in veel taaladviesliteratuur afgekeurd, maar er hoeft niet in alle gevallen bezwaar tegen gemaakt te worden.
Als onderschikkend voegwoord leidt om beknopte bijzinnen in. Als daarmee een doel wordt uitgedrukt, kan om niet worden weggelaten, maar wel worden vervangen door het formelere teneinde. Vergelijk:
(1a) Hij kwam dichterbij om het beter te kunnen zien.
(1b) Hij kwam dichterbij teneinde het beter te kunnen zien. (formeel)
In veel gevallen drukt om geen doel-betekenis uit en kan het wel worden weggelaten. Over het gebruik van om in deze zinnen bestaat onder de taalgebruikers geen overeenstemming; sommigen keuren het af, anderen raden het juist aan. Voorbeelden:
(2) Zij verzocht hem (om) voor die oude dame op te staan.
(3) Hij was niet bereid (om) dat voor haar te doen.
Daarnaast zijn er zinnen waarin om niet kan worden weggelaten en waarin ook geen sprake is van een doel. Een doel of bedoeling kan zelfs ondenkbaar zijn. Voorbeelden:
(4) Het water bleef gedurende enkele uren stijgen, om bij eb weer te zakken.
(5) Hij stak de straat over om vervolgens door een vrachtauto overreden te worden.
Dit gebruik wordt in de taaladviesliteratuur veelal afgekeurd als 'onjuist', 'onlogisch' en zelfs 'lachwekkend', al geeft men toe dat deze zinnen vaak voorkomen. Wij sluiten ons aan bij de ANS en de Schrijfwijzer, die er in het algemeen geen bezwaar tegen maken. Wel wijzen wij erop dat deze zinnen niet altijd even acceptabel zijn: met zin (5) zullen sommige taalgebruikers meer moeite hebben dan met zin (4).
Nadat (hij vertrok - hij afscheid nam / had genomen)
Om (het is moeilijk - dat te geloven)
Om + infinitief
| Grote Van Dale (2005) |
om (...) II (ondersch. voegw. van modaliteit), ter inleiding van een bijzin die een opeenvolging uitdrukt die een handeling of een gebeurtenis uit het verleden, maar die ten opzichte van de hoofdzin de toekomst betreft (de opeenvolging wordt als een lotsbeschikking opgevat): hij vertrok naar Brazilië, om nooit meer terug te keren; het vliegtuig steeg om twee uur op, om even later neer te storten; - de opeenvolging wordt niet als een lotsbeschikking gezien: de hemel was eerst diep rood, om dan in een zacht geel over te gaan. |
| Verschueren (1996) |
om (...) II. vgw. (...) 4. ter aanduiding van een ongewild volgende gebeurtenis: hij ging heen - gelukkig aan zijn eind te komen. |
| ANS (1997), p. 558-559 |
In sommige gevallen wordt in de om'zin alleeen maar een stand van zaken tot uitdrukking gebracht die nog niet gerealiseerd is in de hoofdzin, zonder dat er van een subjectief of objectief doel sprake is. Men noemt dit 'prospectief om'. Vergelijk de volgende zinnen: (7) Ze gingen naar de tropen, om er een ellendig einde te vinden. (...) (10) De zon komt steeds lager te staan, om in de poolnacht niet meer boven de horizon te verschijnen. Is het bij de zinnen (7) en (8) misschien nog mogelijk aan een -objectief doel' (lotsbeschikking) te denken, (9) en (10) zijn alleen louter prospectief te interpreteren. Zinnen als (7) t/m (10) zijn niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar; er hoeft echter geen bezwaar tegen gemaakt te worden. |
| Schrijfwijzer (1995), p. 134 |
Mag je om gebruiken als er geen sprake is van een doel, zoals in de volgende zinnen? 6 Hij reed weg om nooit meer terug te komen. 7 De auto gleed door de gladheid in diagonale richting de weg over om tegen een boom tot stilstand te komen. Dit mag niet, redeneren veel taalgebruikers. Het woordje om geeft een doel aan. En zin 6 betekent niet dat die persoon wegreed met de bedoeling (om) nooit meer terug te komen. Toch is deze redenering niet juist. Het woordje om moet hier gebruikt worden, ook al is er geen sprake van een doel. |
| Prisma Stijlboek (1993), p. 187 |
Dikwijls gebruikt men om onjuist, omdat er geen sprake is van een doel: De trein verdween in de tunnel [om] er aan de andere kant uit te komen. Hij ging naar het ziekenhuis [om] niet weer naar huis terug te keren. In deze zinnen kan men [om] door en vervangen, het overige moet dan aangepast worden. [Wat tussen rechte haken staat, is onjuist, verwerpelijk, fout.] |
| Correct Taalgebruik (1997), p. 139 |
Wanneer niet alleen van een doel geen sprake is maar integendeel het meegedeelde helemaal niet in de bedoeling lag, is het gebruik van om onlogisch en lachwekkend, zoals in deze zin: Het vliegtuig steeg op om kort nadien neer te storten. In dat geval vervangen we de door om ingeleide zin door een nevengeschikte zin: - Het vliegtuig steeg op maar stortte kort nadien neer. |
| Taalwijzer (1998), p. 230 |
Het gebruik van om wordt afgekeurd als er niet alleen van een doel geen sprake is, maar ook een doel of bedoeling volkomen ondenkbaar is; naar Fr. voorbeeld wordt om te + inf. dan geschreven om eenvoudig een nieuw feit te vermelden. In dergelijke gevallen vervangen we om door een nevengeschikte zin, of ook wel door een bijwoordelijke bijzin. (...) Toch komen constructies - waar om dus de betekenis heeft van bijv. en of maar - vaak voor; en het kunnen toch niet allemaal ironisch bedoelde teksten zijn. Ook Renkema heeft er geen bezwaar tegen. |