Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Of, dat (Ik weet niet hoe - hij heet)

Vraag

Zijn zinnen als Ik weet niet hoe of hij heet en Ik weet niet hoe dat hij heet correct?

Antwoord

Nee. Het gebruik van of en dat na vraagwoorden als hoe, wie, wat en dergelijke is geen standaardtaal.

Toelichting

Vraagwoorden die bijzinnen inleiden, zoals het vragende bijwoord hoe of de vragende voornaamwoorden wie en wat, worden in regionaal informeel taalgebruik wel gevolgd door het voegwoord of of door het voegwoord dat. In Nederland (met name in Holland) wordt of toegevoegd, in België en de provincie Noord-Brabant dat.

(1a) Ik weet niet hoe hij heet.

(1b) Ik weet niet hoe of hij heet. (informeel, geen standaardtaal)

(1c) Ik weet niet hoe dat hij heet. (informeel, geen standaardtaal)

(2a) We vragen ons af wat hij doet.

(2b) We vragen ons af wat of hij doet. (informeel, geen standaardtaal)

(2c) We vragen ons af wat dat hij doet. (informeel, geen standaardtaal)

(3a) Het is de vraag wie het gedaan heeft.

(3b) Het is de vraag wie of het gedaan heeft. (informeel, geen standaardtaal)

(3c) Het is de vraag wie dat het gedaan heeft. (informeel, geen standaardtaal)

(4a) Hij vertelde waarom hij het wilde doen.

(4b) Hij vertelde waarom of hij het wilde doen. (informeel, geen standaardtaal)

(4c) Hij vertelde waarom dat hij het wilde doen. (informeel, geen standaardtaal)

Soms worden zelfs beide voegwoorden aan het vraagwoord toegevoegd, maar dan altijd in de volgorde of dat.

(1d) Ik weet niet hoe of dat hij heet. (informeel, geen standaardtaal)

(2d) We vragen ons af wat of dat hij doet. (informeel, geen standaardtaal)

(3d) Het is de vraag wie of dat het gedaan heeft. (informeel, geen standaardtaal)

(4d) Hij vertelde waarom of dat hij het wilde doen. (informeel, geen standaardtaal)

De combinatie van vraagwoord en voegwoord wordt algemeen beschouwd als onverzorgd taalgebruik. Dat geldt in het bijzonder voor de dubbele toevoeging of dat.

Zie ook

Dat / of (Hij wist niet - het water diep was)

Naslagwerken

 

hoe/wie/wat of

hoe/wie/wat dat

Grote Van Dale (2005) [bij of] 2 (niet alg., spreekt.) expletief in verbinding met vragende en sommige onbepaalde vnw.: de vraag wie of dat wilde; ze wisten niet wat of ze zouden doen; [bij dat] I(…) 4 (volkst.) expletief in verbinding met voegwoordelijke bw. als 'terwijl, sedert, sinds' en met vragende vnw.: kijk waar dat je loopt; zie wat dat je doet
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) [bij of] 4 (inf.) (na een vraagwoord) (…) ik weet niet, wie of4 het gedaan heeft -
ANS (1997), p. 319 of online via de E-ANS; p. 458 of online [bij vragend voornaamwoord] De vragende voornaamwoorden in bijzinnen kunnen in regionaal informeel taalgebruik gecombineerd worden met of of dat. Deze beide voegwoorden worden in deze combinaties niet in dezelfde delen van het taalgebied gebruikt (of komt dan alleen in Nederland voor, met name in de provincies Noord- en Zuid-Holland, dat vooral in België en in de provincie Noord-Brabant). [bij bijwoord] In informele taal komt na vragende bijwoorden in bijzinnen toevoeging van dat of of voor, maar alleen regionaal (dat vooral in de provincie Noord-Brabant en in België, of vooral in de provincies Noord- en Zuid-Holland) (…).