Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Niet alleen de leerlingen, maar ook de leraar kijken / kijkt uit naar het weekend

Vraag

Wat is correct: Niet alleen de leerlingen, maar ook de leraar kijken uit naar het weekend of Niet alleen de leerlingen, maar ook de leraar kijkt uit naar het weekend.

Antwoord

In een aaneenschakeling met niet alleen ... maar ook richt de persoonsvorm zich naar het deel dat er het dichtst bij staat, hier dus leraar: Niet alleen de leerlingen, maar ook de leraar kijkt uit naar het weekend.

Toelichting

Als de nevenschikking met niet alleen ... maar ook ... het onderwerp in de zin is, congrueert de persoonsvorm met het gedeelte dat er het dichtst bij staat.

De persoonsvorm staat in het enkelvoud als het dichtstbijzijnde gedeelte van de nevenschikking enkelvoudig is.

(1a) Niet alleen de leerlingen, maar ook de leraar kijkt uit naar het weekend.

(2a) Niet alleen Fleur en Meike, maar ook Isabel komt naar de vergadering.

(3a) Voor die functie is niet alleen talenkennis, maar ook communicatievaardigheden belangrijk.

Als het dichtstbijzijnde gedeelte een meervoud is, staat de persoonsvorm in het meervoud.

(4) Niet alleen de leraar, maar ook de leerlingen kijken uit naar het weekend.

(5) Niet alleen Fleur, maar ook Meike en Isabel komen naar de vergadering.

(6) Voor die functie zijn niet alleen communicatievaardigheden, maar ook talenkennis belangrijk.

Ook bij twee enkelvoudige delen die een verschillende persoonsvorm hebben (bijvoorbeeld ik versus hij en hij versus jij), richt de persoonsvorm zich naar het dichtstbijzijnde lid.

(7) Niet alleen ik, maar ook Pieter gaat naar het feest.

(8) Niet alleen Pieter, maar ook ik ga naar het feest.

Om het congruentieprobleem bij dit soort nevenschikkingen te omzeilen, kan ook voor een andere formulering gekozen worden: de nevenschikking splitsen, de persoonsvorm herhalen, of een ander type nevenschikking kiezen.

(1b) Niet alleen de leerlingen kijken uit naar het weekend, maar ook de leraar doet dat.

(1c) De leerlingen en de leraar kijken uit naar het weekend.

(2b) Niet alleen Fleur en Meike komen naar de vergadering, maar ook Isabel zal er zijn.

(2c) Fleur, Meike en Isabel komen alle drie naar de vergadering.

(3b) Voor die functie is niet alleen talenkennis belangrijk, maar ook communicatievaardigheden.

(3c) Voor die functie moet iemand een goede talenkennis hebben en uitstekende communicatieve vaardigheden.

Bijzonderheid

Als de nevenschikking aan het begin van de zin staat, kan maar eventueel worden weggelaten.

(9) Niet alleen de leerlingen, ook de leraar kijkt uit naar het weekend.

Zie ook

Een of meer deelnemers is / zijn uitgeschakeld
Ik of jullie ga / gaan
Jan alsmede Piet hebben / heeft dat gedaan
Jan of ik heeft / heb / hebben dat gezegd
Jan of Piet hebben / heeft dat gedaan
Noch Jan noch Piet hebben / heeft dat gedaan
Pietersen c.s hebben / heeft
Spek en eieren is lekker / spek en eieren zijn lekker
Zowel de politie als de brandweer zijn / is ter plaatse
Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel

Naslagwerken

Schrijfwijzer (2012), p. 255