Wordt verluid(t) in naar verluidt met d of met dt gespeld?
Correct is: naar verluidt.
In de vaste verbinding naar verluidt ('naar men bericht, zegt, vertelt') ontbreekt een uitgedrukt onderwerp. Het is daardoor niet duidelijk of het een verkorting is van naar het verluidt of van naar verluid wordt. In het eerste geval is verluidt een persoonsvorm van de derde persoon enkelvoud, gespeld met dt (vgl. ook zoals staat geschreven en zoals zal blijken). In het tweede geval zou het gaan om het voltooid deelwoord verluid. De spelling naar verluidt is regel geworden. Hoewel de vorm naar verluidt gewoon is, komt daarnaast echter ook wel de uitdrukking naar verluid wordt voor.
In een aantal adviesboeken voor journalisten wordt aangeraden om naar verluidt zo weinig mogelijk te gebruiken, omdat de uitdrukking vaak overbodig is.
D / dt (tegenwoordige tijd): u rijd / u rijdt
D / t (tegenwoordige tijd): hij beloofd / hij belooft
D / t (verleden tijd): hij suiste / hij suisde
D / t (voltooid deelwoord): hij is verhuist / hij is verhuisd
Schrijfwijzer (2005), p. 332; Stijlboek De Standaard (2003), p. 512; Stijlboek Volkskrant (2002), p. 137; Trouw Schrijfboek (2006), p. 389; WNT; Woordenlijst (2005)