Is alumnus in de betekenis van 'oud-student' correct?
Ja, in die betekenis is alumnus standaardtaal.
Alumnus (meervoud: alumni) is van oorsprong een Latijns woord dat 'pleegkind' of 'leerling' betekent. In het Nederlands is alumnus standaardtaal in de (recentere) betekenis 'oud-student, aan een bepaalde universiteit afgestudeerde'. Het woord komt (ook in samenstellingen) vooral in de academische wereld voor.
(1) Als alumnus ontvang je vier keer per jaar een tijdschrift dat je op de hoogte houdt van de activiteiten van de universiteit.
(2) De universiteit vindt het belangrijk dat er een goede alumnivereniging wordt opgericht.
In de (oudere) betekenis 'leerling, student' komt alumnus (met name in oud-alumnus) nog een enkele keer voor in Nederland. In die betekenis is alumnus geen standaardtaal.
(3) De oud-alumni zijn van harte welkom op de viering van het vijfhonderdjarige bestaan van de universiteit. (in Nederland, geen standaardtaal)
Alumna (meervoud: alumnae) voor 'vrouwelijke afgestudeerde' is erg infrequent, maar komt wel voor.
| alumnus | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 kwekeling, leerling 2 oud-student, afgestudeerde |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 afgestudeerde van een bep. universiteit |
| Verschueren (1996) | leerling, student |
| Koenen (1999) | 1 student; 2 afgestudeerde |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p 16 | (correct naast:) oud-student, afgestudeerde. Ook: student |
| Taalwijzer (1998), p. 42 | [geen informatie gegeven] |