Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Missen / ontbreken

Vraag

Is missen in Er mist een bladzijde correct?

Antwoord

De constructie er mist (iets) is standaardtaal in Nederland. Deze combinatie wordt vooral gebruikt in gesproken taal en informele geschreven taal. Ontbreken is standaardtaal in het hele taalgebied.

Toelichting

Wanneer iets of iemand niet voorhanden of niet aanwezig is, terwijl dat toch wordt verwacht, zegt men in de standaardtaal dat iets of iemand ontbreekt.

(1) 'Er ontbreekt een ingrediënt in de saus', fluisterde de kok zenuwachtig.

(2) Vanochtend ontbraken er tien soldaten op het appel.

(3) Toen we het dossier controleerden, bleken er enkele documenten te ontbreken.

In deze betekenis wordt in Nederland missen ook vaak onovergankelijk gebruikt. Deze constructie is standaardtaal in Nederland. Ze komt vooral voor in gesproken taal en informeel taalgebruik.

(4) Er misten die ochtend een doos koekjes en een zak brood uit de keuken. [standaardtaal in Nederland]

(5) Er missen enkele pagina's in dit boek. [standaardtaal in Nederland]

Het overgankelijk gebruik van missen (onder meer in de betekenissen 'niet hebben wat men nodig heeft of wil', 'niet vinden, niet weten waar iets of iemand gebleven is' en 'de afwezigheid voelen') is standaardtaal.

(6) Ik mis nog drie plaatjes en dan heb ik de serie compleet.

(7) Toen we eindelijk in de stad aangekomen waren, misten we iemand van het reisgezelschap.

(8) Hij gaf toe dat hij haar vorige week gemist had toen ze in New York was.

Zie ook

Onovergankelijk gebruik van overgankelijke werkwoorden (algemeen)

Kwijt / zoek
Openen: het museum opent / wordt geopend
Ontberen: het ontbeert ons aan / wij ontberen
Wijzigen: de situatie wijzigt

Bronnen

Onze Taal. Missen / ontbreken: er mist / ontbreekt een bladzijde.  Geraadpleegd op 8 april 2015 via https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/er-mist-een-bladzijde-er-ontbreekt-een-bladzijde.

Naslagwerken

 

missen

ontbreken

Grote Van Dale (2005)

II (…) 3 [leenvertaling van Fr. manquer] ontbreken

1 niet aanwezig zijn, syn. mankeren

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

1 (inf.) ontbreken

1 er niet zijn, terwijl dat wel moet of verwacht wordt, syn. mangelen, mankeren, missen, schorten aan

Koenen (2006)

5 afwezig zijn, ontbreken, weg zijn

1 (van iets dat nodig is) mankeren, niet voorhanden zijn; tekortschieten (…) 2 (van personen) niet aanwezig zijn waar men zijn moet

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p.

[wordt afgekeurd] er - twee bladzijden, er ontbreken

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

ontbreken: er ~ twee letters, cijfers e.d.

niet aanwezig zijn

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014)

NN ontbreken: er missen twee letters in dit woord

Niet aanwezig zijn van iemand die die of iets wat aanwezig hoort te zijn, missen