Is het misdaden tegen de mensheid, misdaden tegen de menselijkheid, misdrijven tegen de mensheid of misdrijven tegen de menselijkheid?
De officiële juridische term is misdrijven tegen de menselijkheid. In het algemene taalgebruik wordt echter vaker de variant misdaden tegen de menselijkheid gebruikt. Daartegen hoeft geen bezwaar gemaakt te worden. De varianten met mensheid keuren wij af.
Menselijkheid is historisch gezien de correcte term. De term werd voor het eerst gebruikt in het handvest van het Tribunaal van Neurenberg, gehecht aan het Verdrag van Londen van 8 augustus 1945, waarin afspraken werden vastgelegd over de vervolging en bestraffing van oorlogsmisdadigers. In het handvest is sprake van 'misdrijven tegen de menselijkheid, dat zijn onmenselijke handelingen tegen de burgerbevolking, vervolgingen op grond van ras of van politieke of godsdienstige overtuiging, beide ter uitvoering van of in verband met enig misdrijf behorende tot de rechtsmacht van de Rechtbank (Crimes against humanity)'. Het handvest werd oorspronkelijk opgesteld in het Engels, Frans en Russisch. De uitdrukking wordt ook gebruikt in het Verdrag van Straatsburg van 1974, waarin de verjaring van deze misdrijven wordt opgeheven. Het Engelse humanity en het Franse humanité kunnen zowel 'menselijkheid' als 'mensheid' betekenen (maar het Franse inhumanité alleen 'onmenselijkheid'). Bij de Nederlandse vertaling (in september 1945) is gekozen voor de term misdrijven tegen de menselijkheid (vergelijk de Duitse vertaling Menschlichkeit). Ook in de jurisprudentie is consequent sprake van misdrijven tegen de menselijkheid.
Sommige taalgebruikers hebben bezwaar tegen de uitdrukking misdaden/misdrijven tegen de menselijkheid. Zij vinden dat het niet mogelijk is om misdrijven of misdaden tegen de menselijkheid ('menselijke natuur, mededogen, redelijkheid') te begaan. Toch zijn er argumenten die pleiten voor de term menselijkheid: de misdaden worden immers niet de hele mensheid aangedaan, maar moeten gezien worden als een aantasting van de menselijke waardigheid.
Naast de keuze tussen menselijkheid en mensheid speelt bij deze uitdrukking nog een tweede keuzemogelijkheid: is de juiste term in dit verband misdaden of misdrijven? Op dit punt is er verschil tussen de Nederlandse en de Nederlandstalige Belgische juridische terminologie. In het Nederlandse strafrecht heet een strafbaar feit delict en is misdrijf de term voor een ernstig delict (een overtreding is een minder ernstig vergrijp). Misdaad is in Nederland geen officiële juridische term. In het Belgische strafrecht ligt het anders: daar is misdrijf de algemene term voor 'strafbaar feit' en is misdaad de aanduiding voor een zwaar misdrijf (naast overtreding en wanbedrijf, de aanduidingen voor lichtere misdrijven).
Dat betekent dat volgens de Nederlandse juridische terminologie misdrijven tegen de menselijkheid de correcte term is, terwijl volgens Belgische normen juist misdaden tegen de menselijkheid de meest accurate omschrijving is. We raden echter niet aan om twee verschillende normen te hanteren. Als u zich wilt aansluiten bij het juridische taalgebruik, adviseren wij te kiezen voor misdrijven tegen de menselijkheid. Het woord misdrijf is als algemene aanduiding ook in Belgisch strafrecht een correcte aanduiding.
In het algemene (niet-juridische) taalgebruik is geen bezwaar te maken tegen misdaden tegen de menselijkheid: de term misdaden is gebruikelijker en minder formeel dan misdrijven. In de dagelijkse omgangstaal is ook het woord oorlogsmisdaden gebruikelijker dan de officiële term oorlogsmisdrijven. Bovendien is de betekenis van misdaden zo algemeen dat het woord in het gewone taalgebruik ook gebruikt kan worden voor wat de jurist misdrijven noemt.
|
Fockema Andreae's Juridisch Woordenboek |
misdrijven tegen de mens(elijk)heid |
| Wolters-Koenen (1996) |
misdrijven tegen de menselijkheid |
| Voorzetselwijzer (1997) |
misdaden tegen de menselijkheid |
| Grote Van Dale (2005) |
misdaad tegen de menselijkheid, misdaad tegen de mensheid |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (1996) |
(geen vermelding) |
| Kramers (1996) |
(geen vermelding) |
H. B[rouckaert], 'Mens(elijk)heid', in: Nederlands van Nu 42 (1994), p. 119
Onze Taal 65 (1996), p. 191, 252
De Volkskrant 1 november 1997.
Algra, N.E. & Gokkel, H.R.W. (1990). Fockema Andreae's Juridisch Woordenboek (6e dr.) Alphen aan den Rijn: Samsom. (p. 316)