Kun je maar en echter in één zin gebruiken, bijvoorbeeld in: (Hij is best slim,) maar soms maakt hij echter domme opmerkingen?
Nee. Aangezien maar en echter vrijwel synoniem zijn, is het gebruik van beide woorden in één zin dubbelop.
Maar en echter drukken beide een tegenstelling uit. Indien er sprake is van een tegenstellend verband tussen twee zinnen, staat maar als nevenschikkend voegwoord tussen twee zinnen. Het zogenoemde voegwoordelijk bijwoord echter, dat formeler is en meer in geschreven taal voorkomt, kan evenwel op verschillende plaatsen in de zin voorkomen. Voorbeelden:
(1) Hij is best slim, maar hij maakt soms domme opmerkingen.
(2a) Hij is best slim; hij maakt echter soms domme opmerkingen.
(2b) Hij is best slim; hij maakt soms echter domme opmerkingen.
Als maar en echter in één zin worden gebruikt, spreekt men van een tautologie:
(3) Hij is best slim, maar hij maakt echter soms domme opmerkingen. (fout)
Alleen als het sterk wordt beklemtoond, kan echter ook vóór het begin van de zin staan, gevolgd door een pauze in gesproken en een komma in geschreven taal. Voorbeeld:
(4) Hij is best slim. Echter, soms maakt hij domme opmerkingen.
Echter aan het begin van de zin
En en maar aan het begin van de zin
Taalbaak 64.4