Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Komma tussen hoofdzin en bijzin bij onderschikkende voegwoorden

Vraag

Komt er een komma tussen een hoofdzin en een bijzin die begint met een onderschikkend voegwoord, zoals dat, omdat, doordat, nadat, aangezien en dergelijke?

Antwoord

Voor het voegwoord dat is de komma vrijwel altijd overbodig. Voor andere onderschikkende voegwoorden wordt vaak wel een komma gezet, maar niet altijd: vooral na korte hoofdzinnen is ook bij deze voegwoorden geen komma nodig.

Toelichting

Voor het voegwoord dat hoeft meestal geen komma te worden gezet. Voorbeelden:

(1) Hij vertelde dat hij iets gezien had.

(2) De staatssecretaris liet doorschemeren dat er een motie aan zat te komen.

Alleen als de hoofdzin en de bijzin lang zijn, is het mogelijk (maar niet noodzakelijk) om een komma te gebruiken. Bijvoorbeeld:

(3) Met de nodige nadruk bevestigde de minister tijdens het kabinetsberaad nogmaals, dat een langetermijnvisie voor de landelijke infrastructuur onontbeerlijk is.

Voor de voegwoorden omdat, doordat, als, indien, aangezien, terwijl, zodat, opdat enzovoort is de komma in veel gevallen wel gewenst. Voorbeelden:

(4) Ik kan niet met haar door één deur, omdat ze zo onuitstaanbaar is.

(5) De trein had vertraging opgelopen, doordat het ijzelde.

(6) U kunt zich nog inschrijven, als u voor eind juli het formulier terugstuurt.

Toch is ook hier niet altijd een komma nodig. In sommige gevallen lopen hoofd- en bijzin 'geruisloos' in elkaar over; er is dan bij het hardop lezen geen sprake van een korte rust. In zulke gevallen gaat het meestal om een combinatie van een korte hoofdzin en een bijzin:

(7) De vrachtauto schaarde doordat hij te zwaar beladen was.

(8) We gaan niet weg als het regent.

Overigens is de komma in bepaalde gevallen helemaal niet mogelijk omdat er sprake is van een betekenisverschil. Vergelijk zin (9) en zin (10):

(9) Jan ging niet mee wandelen (,) omdat het regende.

(10) Jan ging niet mee wandelen omdat de wandeling korter was dan anders, maar omdat zijn vriendin ook meeging.

Zin (9) zin drukt uit dat Jan niet mee ging wandelen vanwege de regen. Een komma is hier mogelijk maar niet noodzakelijk.

Zin (10) geeft aan dat Jan wel mee ging wandelen, en dat de reden daarvoor niet was dat de wandeling korter was. Als lezer verwacht je dan dat Jan een andere reden had om mee te gaan wandelen. De zin kan worden aangevuld met een andere reden: 'Jan ging niet mee wandelen omdat de wandeling korter was dan anders, maar omdat zijn vriendin ook meeging'. In zin (10) ligt de nadruk op de reden waarom hij mee ging wandelen. In deze zin schrijven we geen komma voor omdat, omdat er bij hardop lezen geen korte rust tussen bijzin en hoofdzin mogelijk is.

Als de bijzin voorop staat, wordt vaak een komma geschreven. Voorbeelden:

(11) Doordat het ijzelde, had de trein vertraging opgelopen.

(12) Omdat hij een hekel had aan de tram, pakte hij vaak de fiets.

Tot slot: een bijzin midden in een hoofdzin staat tussen komma's. Bijvoorbeeld:

(13) Jan heeft ooit, hoewel hij het zelf ontkent, een baan in een wasserette gehad.

Zie ook

Komma bij beperkende en uitbreidende bijvoeglijke bijzinnen
Komma na een bijwoordelijke beknopte bijzin
Komma na eerste zinsdeel
Komma tussen twee werkwoordsvormen
Komma voor en na een bijvoeglijke beknopte bijzin

Naslagwerken

Alles over leestekens (1997) , p. 21-23; Schrijfwijzer (1995) , p. 196-197; Handboek Verzorgd Nederlands (1996) , p. 135-136; Stijlboek Volkskrant (1992) , p.103-105; Stijlboek De Standaard (1997) , p. 248-249; Redactiewijzer (1997) , p. 122-123; Taalboek Nederlands (1997) , p. 354