Wat is de correcte spelling: jong gehuwd stel of jonggehuwd stel?
De correcte spelling is: jonggehuwd stel.
Combinaties van jong + een deelwoord schrijven we aan elkaar als ze als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden. We beschouwen ze dan als samenstellingen. We horen maar één hoofdklemtoon: jonggehuwd koppel, jonggestorven artiest. Hetzelfde geldt voor combinaties met dicht(bij), goed, nieuw, oud, pas, slecht en ver(af), bijvoorbeeld: dichtbegroeide muren, dichtbijgelegen snelweg, nieuwbenoemde leraar, pasgetrouwd koppel, ververwijderd doel en verafgelegen huis.
(1) De jonggestorven artiest wordt overal vereerd.
(2) De beurs is gericht op jonggehuwde stellen.
(3) Stefaan woont in een goedgelegen wijk.
Als zulke combinaties worden gebruikt als naamwoordelijk deel van het gezegde, worden de twee woorden doorgaans niet aaneengeschreven. Ze vormen dan geen samenstelling. In dat geval horen we een klemtoon op beide woorden.
(4) Heath Ledger is helaas jong gestorven.
(5) Tamara en Alex zijn jong gehuwd.
(6) Onze wijk is goed gelegen.
Zelfstandige naamwoorden die we van de bovenstaande bijvoeglijke naamwoorden kunnen afleiden, schrijven we aan elkaar: jonggehuwde(n), pasgetrouwde(n), slechtziende(n), pasgeborene(n), oudgediende(n).
Ook de bijvoeglijke naamwoorden jonggehandicapt en jongvolwassen schrijven we in één woord. Het gaat om samenstellingen van jong + een bijvoeglijk naamwoord. De afgeleide zelfstandig naamwoorden zijn jonggehandicapte(n) en jongvolwassene(n). Vergelijk ook: goedgehumeurd, slechtgezind, slechtgemanierd.
Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)
Levendgeboren / levend geboren
Rekeninghoudend / rekening houdend
Thuis wonende ouderen / thuiswonende ouderen
Veelbelovend (trappen van vergelijking)
Veel gebruikt / veelgebruikt