Is Jan z'n hond goed, of mag alleen Jans hond gebruikt worden?
In de (informele) spreektaal komen constructies als Jan z'n hond en Karin d'r huis zeer vaak voor; ze zijn dan ook niet fout. In de schrijftaal is het gebruik van deze constructies ongewoon. Beter is dan: Jans hond en Karins huis of de hond van Jan en het huis van Karin.
Taalkundig is er op Jan z'n hond niets aan te merken. Hedendaagse grammatica's vermelden dat dergelijke constructies vaak gebruikt worden in de spreektaal. Wel hebben ze een uitgesproken informeel karakter. We zeggen wel Jan z'n hond, Marie d'r tas en de kat d'r bakje, maar niet: God z'n voorzienigheid, de Koningin d'r troonrede.
In de schrijftaal zijn dergelijke constructies ongewoon, tenzij de schrijver probeert om gesproken taal weer te geven.
Jan en Henks boek / Jans en Henks boek
Zijn / hun (de tweeling is gek op - nichtje)
Onze Taal 24 (1955), 28.
ANS (1997), p. 294-295; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 257