Is Hun hebben dat gedaan correct?
Nee, zinnen als Hun hebben dat gedaan worden in Nederland wel veel gebruikt, maar zijn geen standaardtaal. Standaardtaal is Zij hebben dat gedaan. Hun is in de standaardtaal een niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord en wordt gebruikt als indirect object (bijvoorbeeld Ik geef hun een boek).
Het persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud heeft in de standaardtaal de volgende vormen: zij (onderwerpsvorm), hen/hun (niet-onderwerpsvorm), haar (vrouwelijke niet-onderwerpsvorm, archaïsch) en ze (gereduceerde onderwerps- en niet-onderwerpsvorm). Als onderwerp kunnen dus alleen de vormen zij en ze worden gebruikt; in beklemtoonde positie alleen zij.
In de praktijk komt in Nederland, in beklemtoonde positie, dikwijls hun voor in plaats van zij. Dit gebruik wordt door velen beschouwd als onverzorgd en plat, en verdient dan ook geen navolging, ook niet in informele spreektaal.
Groter dan mij / ik
Tussen X en zij / hen die ...
Heinsman, S. (1991). Hun doen het. Onze Taal, 60, nr. 9, 9-11.
Hout, R. van (2003). Hun zijn jongens. Ontstaan en verspreiding van het onderwerp 'hun''. In Jan Stroop (red.), Waar gaat het Nederlands naartoe? Panorama van een taal (pp. 277-286). Amsterdam: Bakker.
Kooiman, K. (1969). Hun = zij. De nieuwe taalgids, 62, 116-120.
| hun | |
| Grote Van Dale (2005) | 2 (volkst.) subjectsvorm van de 3e pers. mv., syn. zij: hun hebben dat niet geweten |
| Verschueren (1996) | I. bez. Vrnw. 3de pers. mv. (…) II. pers. vrnw. Schrijft. 3de naamval, Sprkt. 3de en 4de naamval 3de pers. mv. voor personen. |
| Koenen (2006) | I pers vnw in geschreven taal 3e, in spreektaal 3e en 4e naamval vd 3e pers mv: alleen in regionale spreektaal in de eerste: ~ gaan ook mee; alleen voor persoonsnamen |
| Kramers (2000) | I (…) 2 gemeenz ook onderwerpsvorm en andere niet-onderwerpsvormen: ~ moeten betalen; ik heb ~ gisteren gezien |
| ANS (1997), p. 251 of online via de E-ANS | in gesproken taal [worden] dikwijls niet-onderwerpsvormen in plaats van onderwerpsvormen gebruikt. Dit geldt met name voor: hun (derde persoon meervoud), bijv. in: (i) Hun zullen het wel niet gedaan hebben. [[uitgesloten]] |
| Schrijfwijzer (2005), p. 220 | Veel taalgebruikers denken nog steeds dat zinnen als Hun hebben dat gedaan alleen gebezigd worden door jongere dialectsprekers met weinig scholing. Maar ook hoog-opgeleide jongvolwassenen vragen zich af waarom hun hebben fout is, want hun zeggen het zelf ook. Gelet op de 'hun-irritatie' kan men echter beter zij blijven schrijven. |
| Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 211-212 | In gesproken taal gebruiken veel Nederlanders de vorm hun als onderwerp: *Hun hebben het gedaan, agent! Diezelfde Nederlanders schrijven dat echter nooit, althans wij zijn het nooit in schriftelijk taalgebruik, ook van notoire hun-als-onderwerp-sprekers tegengekomen. Hoe dan ook, dit gebruik is in feite noch in gesproken taal noch in geschreven taal geaccepteerd. Wie *hun hebbe(n) zegt, loopt het gevaar door zijn medetaalgeb[r]uikers meewarig aangekeken te worden. |
| Basishandleiding Nederlands (1996), p. 5 | Wie ABN wil spreken zegt in elk geval 'Zij hebben dat gedaan' (niet hun). |