Is het Dat verbaast hen of Dat verbaast hun?
Volgens de strikte regel hoort bij het werkwoord verbazen de vorm hun van het persoonlijk voornaamwoord. Er is immers geen sprake van een lijdend, maar van een ondervindend voorwerp. Correct is dus bijvoorbeeld: Het verbaasde hun nauwelijks dat hij te laat kwam.
De traditionele schoolregel maakt voor het gebruik van hen en hun een onderscheid naargelang van de zinsdeelfunctie: hen als het een lijdend voorwerp betreft en na een voorzetsel, hun in andere gevallen. Het werkwoord verbazen krijgt een zogenoemd ondervindend voorwerp bij zich. Wordt dat zinsdeel uitgedrukt door een persoonlijk voornaamwoord, dan is de vorm daarvan dus hun.
Het Taalboek Nederlands geeft als voorbeeld van een twijfelgeval: het verbaast hen (dus niet met hun).
Hen / hun (dat maakt - niet uit)
Hen / hun (de laatste maanden zijn - de vreselijkste dingen overkomen)
Hun / hen (het interesseert -)
Hen / hun (het ontgaat -)
Hen / hun (ik heb - op de vingers getikt)
Hen / hun (we zijn - verregaand tegemoetgekomen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
ANS (1997) , p. 247-248 of online via de E-ANS, p. 1166 of online; Correct Taalgebruik (1997) , p. 85; Handboek Verzorgd Nederlands (1996) , p. 211; Schrijfwijzer (1995) , p. 122-123; Taalboek Nederlands (1997) , p. 162