Wat moet het zijn: Ik heb haar gezien of Ik heb ze gezien?
Zowel haar als ze is correct. Om naar een vrouwelijke persoon te verwijzen kan in de standaardtaal in het hele taalgebied als voorwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord enkelvoud altijd haar gebruikt worden. Het gebruik van ze in dit geval is standaardtaal in België.
De volle vorm haar, die niet beklemtoond hoeft te zijn, kan in alle gevallen in de standaardtaal gebruikt worden om naar een enkele vrouwelijke persoon te verwijzen.
Daarnaast bestaan de gereduceerde vormen d'r/'r en ze. D'r en 'r worden gebruikt in gesproken taal en zijn vrijwel alleen in Nederland gebruikelijk. De vorm ze komt voornamelijk voor in België (waar hij ook geschreven wordt), maar ook in het zuiden van Nederland.
Haar / hen (vrouwelijk meervoud)
Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
Zij / ze (verwijzing naar zaken)
| ze | haar | |
| Grote Van Dale (2005) | 3 (inform.) (objectsvorm derde persoon vrouwelijk enk.) om een persoonsaanduidend lijdend voorwerp in de derde persoon aan te duiden dat niet mannelijk of onzijdig is, syn. haar, 'r | I (pers.vnw.) 1 (d'r, 'r) objectsvorm vrouwelijk enk. van het pers. vnw. ‘zij’: zeg het haar; |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 2 (inf.) (objectsvorm van de 3e pers. v. enk.) | 1 (3e pers. vrouwelijk enk., objectsvorm van 'zij') |
| Verschueren (1996) | 1. 3de pers. vrouwelijk enk. (…) b. als lijdend voorwerp: heb jij - gezien? | B. pers. vrnw. v. enk. en mv. 3de en 4de nv.: geef het -; heb je - gezien! |
| Koenen (1999) | I pers vnw 3e persoon v ev; 3e persoon mv voor alle geslachten; zowel onderwerps- als voorwerpsvorm: hoe is het met je zus? Heeft ~ al een nieuw huis?; hebben ~ al gebeld? Nee, ik heb ~ nog niet gesproken | I pers vnw (in spreektaal ook 'r, d'r) 1 v ev, voorwerpsvorm: ik geef ~ een boek |
| Kramers (2000) | [geen informatie over de objectsvorm] I pers vnw derde persoon enk vrouwelijk, onderwerpsvorm: ~ riep me | I pers vnw derde persoon enk vrouwelijk, niet-onderwerpsvorm: ik heb ~ een brief geschreven; ik heb ~ gisteren nog gezien |
| ANS (1997), p. 243 | [over verwijzing door persoonlijke voornaamwoorden] De gereduceerde niet-onderwerpsvormen van het vrouwelijk enkelvoud 'r en d'r kunnen in principe alleen naar personen verwijzen, de vorm ze naar personen en (geografisch bepaald; (…)) ook naar zaken. (…) Bij verwijzing naar vrouwelijke personen is de voorkeur voor 'r/d'r of ze in de verschillende delen van het taalgebied niet hetzelfde. Globaal beschouwd kan men stellen dat d'r in de (gesproken) standaardtaal in Nederland het meest voorkomt. De vorm ze komt vooral in België voor. | - |