Wat is correct: Elke keer als ik haar zie of Elke keer dat ik haar zie?
Als en dat zijn hier allebei correct.
Slechts een beperkt aantal onderschikkende voegwoorden kan een bijzin inleiden die aanvulling is bij een zelfstandig naamwoord: dat, of en enkele voegwoorden van tijd en vergelijking. Voorbeelden:
(1) De kans dat het morgen gaat regenen, is erg groot.
(2) De vraag of er nog een officiële presentatie komt, is op dit ogenblik niet te beantwoorden.
(3) De dag nadat ze thuisgekomen was, werd Gemma ziek.
(4) Hij kreeg een gevoel alsof hij daar niet langer welkom was.
Na het zelfstandig naamwoord keer wordt gewoonlijk dat gebruikt, bijvoorbeeld:
(5) De laatste keer dat ik hem tegenkwam, was in de metro.
(6) De weinige keren dat hij naar de vergadering kwam, voerde hij meteen het hoogste woord.
(7) Alle keren dat we bij hen op bezoek gingen, werden we op taart getrakteerd.
Alleen bij de combinatie elke/iedere keer kunnen behalve dat ook de voegwoorden van tijd als en het meer formele wanneer gebruikt worden ter uitdrukking van een herhaalde werking, bijvoorbeeld:
(8a) Elke/iedere keer dat hij haar zag, werd hij door verdriet overmand.
(8b) Elke/iedere keer als hij haar zag, werd hij door verdriet overmand.
Het gebruik zoals in (8b) loopt parallel met het gebruik van een als-zin na het bijwoord telkens:
(8c) Telkens als hij haar zag, werd hij door verdriet overmand.
In Correct Taalgebruik en de Taalwijzer wordt naast telkens als/telkens wanneer alleen maar elke keer dat vermeld, maar het is niet duidelijk of daarmee bedoeld wordt dat elke keer als voor de auteurs van beide adviesboeken uitgesloten is.
Eenmaal (dat) / eens (dat)
Telkens / telkens als
Van zodra / zodra
ANS (1997), p. 870-873; Correct Taalgebruik (1997), p. 196; Taalwijzer (1998), p. 315