Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Die / wie (de man - ik het boek gaf)

Vraag

Kun je in plaats van de man die ik het boek gaf ook zeggen en schrijven de man wie ik het boek gaf?

Antwoord

Ja. Wanneer het betrekkelijk voornaamwoord naar personen verwijst en in de bijzin de functie van meewerkend voorwerp heeft, kan zowel die als wie worden gebruikt. Het gebruik van wie in plaats van die in zinnen als deze is minder gebruikelijk en is goeddeels beperkt tot de schrijftaal. In zinnen als deze wordt gewoonlijk het voorzetsel aan toegevoegd: de man aan wie ik het boek gaf.

Toelichting

Die is het meest gebruikelijke betrekkelijk voornaamwoord voor de verwijzing naar de-woorden. Wie kan alleen (een of meer) personen aanduiden en wordt gebruikt bij een zogenoemd ingesloten antecedent (wie = 'degene die': wie zoet is, krijgt lekkers), na voorzetsels (de mensen met wie ik samenwerk, de man aan wie ik het boek gaf) en in de spreektaal in de verbindingen wie z'n en wie d'r (de man wie z'n hoed op tafel ligt). Alleen in die gevallen waarin het betrekkelijk voornaamwoord in de bijzin de functie van meewerkend voorwerp vervult, kan in plaats van die ook wie worden gebruikt:

(1) De man wie ik het boek gaf.

(2) De mensen wie we het gevraagd hebben.

Zie ook

Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)
Welk(e) (de kamer, - vertrek)
Welke (de regels -)
Wie / die (de man - me begroette)

Naslagwerken

Prisma Stijlboek (1993), p. 281 Wanneer het antecedent een persoonsnaam is en het betr. vnw. in de 3e nv staat, moeten we de vorm wie gebruiken: Daar loopt de man wie ik het pakje gegeven heb.
ANS (1997), p. 334 of online via de E-ANS Het betrekkelijk voornaamwoord die heeft in de betrekkelijke bijzin de functie van onderwerp, voorwerp of naamwoordelijk deel van het gezegde. Alleen in de functie van meewerkend voorwerp kan ook wie gebruikt worden. (...) Het antecedent van wie is van hetzelfde type als dat van die, maar het duidt altijd één of meer personen aan. In de bijzin fungeert wie als meewerkend voorwerp, in voorzetselconstituenten en in de combinatie wie z'n en wie d'r.
Grote Van Dale (2005) wie (...) II (betr. vnw.), 1 met uitgedrukt antecedent alleen in de genitiefvormen en in voorzetselbepalingen: (...) de jongen (aan) wie ik het boek gaf.