Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Proper / schoon

Vraag

Is proper een correct woord, bijvoorbeeld in een propere zakdoek?

Antwoord

Ja, proper in de betekenis 'rein, niet vuil' is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is een schone zakdoek, maar dat is minder gebruikelijk in België dan in Nederland.

Toelichting

Proper in de betekenis 'rein, niet vuil' behoort tot de standaardtaal in België. Het komt er zowel in gesproken als in geschreven taal veelvuldig voor. In de standaardtaal in het hele taalgebied kan in de plaats van proper het woord schoon gebruikt worden. In België is schoon minder gebruikelijk dan in Nederland.

(1a) Elke dag lag er een nieuwe, propere handdoek op het bed in ons hotel. [standaardtaal in België]

(1b) Elke dag lag er een nieuwe, schone handdoek op het bed in ons hotel.

In sommige contexten kan proper ook 'hygiënisch', 'gesteld op orde en netheid; zindelijk', 'netjes' of 'net' betekenen. Proper is in die betekenissen standaardtaal in het hele taalgebied, maar het is gebruikelijker in België dan in Nederland. In bijvoorbeeld de combinatie een propere huisvrouw kan proper een wat ironische bijklank hebben.

(2) De camping wordt door bezoekers geroemd om het propere sanitair en de vriendelijke beheerders. ('hygiënisch')

(3) De combinatie van hardwerkende collega, ideale partner, zorgzame moeder en propere huisvrouw blijkt voor veel vrouwen te zwaar. ('gesteld op orde en netheid; zindelijk')

(4) Tokio maakt, vergeleken met Chinese steden als Sjanghai en Peking, een propere en zeer kalme indruk. ('net')

Zie ook

Kuisen / schoonmaken
Droogkuis / nieuwkuis / stomerij

Naslagwerken

 

proper

Grote Van Dale (2005)

1 goed verzorgd, keurig, fraai 2 goed schoon, syn. zindelijk, rein: zij ziet er proper uit; proper gekleed; met propere handen

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 goed verzorgd 2 schoon 3 (Belg., inf.) (van moppen) niet schuin, ondubbelzinnig

Verschueren (1996)

net, rein, zindelijk

Koenen (2006)

net, zindelijk

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 222

[wordt afgekeurd] 1) schoon, - maken; 2) keurig, (tot) in de puntjes verzorgd, fraai, netjes; sportief, fair; 3) niet schuin (van moppen); ondubbelzinnig; zindelijk, schoon.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

- keurig, verzorgd, netjes, schoon
- niet schuin, ondubbelzinnig (van moppen)
- fair, correct, niet gemeen
Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

1 zindelijk, net: een ~ huishouden 2 vooral BN keurig, in de puntjes verzorgd; fraai, netjes: een ~ uniform 3 BN van moppen ondubbelzinnig, niet schuin, netjes 4 BN sportief, fair 5 BN geschikt, goed, behoorlijk, duidelijk: ~werk leveren

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

vooral BN 1 zindelijk, net 2 keurig, tot in de puntjes verzorgd; fraai, netjes 3 geschikt, goed, behoorlijk, duidelijk