Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Brug (de - maken)

Vraag

Is de brug maken correct?

Antwoord

Ja, de uitdrukking de brug maken, met de betekenis 'een of meer vrije dagen nemen of geven tussen een weekend en een officiële feestdag', is standaardtaal in België.

Toelichting

De uitdrukking de brug maken is algemeen gebruikelijk in België.

(1) Omdat Wapenstilstand op een donderdag viel, maakten we op school de brug. [standaardtaal in België]

De vrije dag tussen een officiële feestdag en een erop volgend of eraan voorafgaand weekeinde wordt in de standaardtaal in België zelf een brugdag genoemd.

(2) We hebben dit jaar een brugdag tussen het weekend en de nationale feestdag. [standaardtaal in België]

Het woord brugdag wordt af en toe ook in Nederland gebruikt, zij het in een iets specifiekere betekenis, namelijk een door de werkgever aangewezen dag (bijvoorbeeld tussen Hemelvaart en het volgende weekend) die werknemers verplicht als vakantie- of adv-dag moeten opnemen. Het in Nederland gebruikelijke woord snipperdag en de uitdrukking een snipperdag opnemen hebben niet dezelfde betekenis als brugdag en een brugdag nemen omdat snipperdag een willekeurige, vrij op te nemen dag van de week kan zijn.

Zie ook

Verlof / vakantie

Naslagwerken

de brug maken
Grote Van Dale (2005) [bij brug] 19 (…) (alg.Belg.N.) de brug maken [leenvertaling van Fr. faire le pont], op een brugdag vrij nemen of geven
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) [bij brug] (Belg.) de brug maken op een brugdag vrij nemen
Verschueren (1996) [bij brug] C. (…) Gez. de - maken, Z.N. Gal. een brugdag nemen
Kramers (2000) [bij brug] 9 ZN: de ~ maken een (verplichte) snipperdag (doen) opnemen tussen twee feestdagen of tussen een feestdag en het weekend
Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 47 [bij brug, wordt afgekeurd] de - maken, een -dag krijgen, nemen, er een vrije dag bij krijgen (tussen twee vrije dagen)
Stijlboek VRT (2003), p. 52 [bij brug, de ~ maken] Bruikbaar Belgisch Nederlands voor: een vrije brugdag hebben
Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) [bij brug] de brug maken, vrij nemen of krijgen op een brugdag
 
een brugdag
Grote Van Dale (2005) werkdag, m.n. verplicht vrije dag tussen vrije feestdagen: de dagen tussen Kerstmis en nieuwjaar zijn brugdagen<
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) 1 werkdag tussen vrije dagen en daaraan voorafgaande of erop volgende weekends
Verschueren (1996) snipperdag genomen tussen een vrije dag en een erop volgend of eraan voorafgaand weekeinde
Koenen (2006) dag die tussen twee bijzondere dagen valt