Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Er … op / erop

Vraag

Mag erop gesplitst worden in: Mag ik jullie erop attent maken dat kauwgum in de vuilnisbak hoort?

Antwoord

Ja, het voornaamwoordelijk bijwoord erop mag gesplitst worden. Ook correct is dus: Mag ik jullie er attent op maken dat kauwgum in de vuilnisbak hoort?

Toelichting

Erop is, net als bijvoorbeeld daarheen, hierdoor, waarover, eronder een voornaamwoordelijk bijwoord. De delen van een voornaamwoordelijk bijwoord kunnen in veel gevallen door andere elementen in de zin van elkaar gescheiden worden. Er is wel een stijlverschil: de gesplitste vormen komen vaker voor in de spreektaal , de ongesplitste vormen vaker in de schrijftaal. In België is het gebruik van ongesplitste vormen gewoner dan in Nederland.

(1a) Wil jij onze cassettespeler? Daarmee kunnen we niets meer doen.

(1b) Wil jij onze cassettespeler? Daar kunnen we niets meer mee doen.

(2a) Joost heeft een geheim waarover hij liever zwijgt tegen Thomas.

(2b) Joost heeft een geheim waar hij liever over zwijgt tegen Thomas.

(3a) De advocaat van de tegenpartij heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

(3b) De advocaat van de tegenpartij heeft hier bezwaar tegen gemaakt.

Bij voornaamwoordelijke bijwoorden met er- is de gesplitste vorm veel gebruikelijker dan de ongesplitste. Vaak is de ongesplitste vorm zelfs uitgesloten.

(4a) Volgens de sensatiebladen heeft Kevin er erg onder geleden.

(4b) Volgens de sensatiebladen heeft Kevin eronder erg geleden. (uitgesloten)

(5a) Hij heeft er zijn reputatie grondig mee verknald.

(5b) Hij heeft ermee zijn reputatie grondig verknald. (uitgesloten)

Bij de vragende voornaamwoordelijke bijwoorden waarnaartoe, waarlangs, waarheen of waarvandaan is er ook een sterke tendens tot splitsing. De aaneengeschreven vormen zijn niet onmogelijk maar wel (erg) ongewoon. Het is daarom onduidelijk of de ongesplitste vormen als correct kunnen worden beschouwd.

(6a) Waar gaan we dit jaar naartoe?

(6b) Waarnaartoe gaan we dit jaar? (status onduidelijk)

Zie ook

Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)

Er zich / zich er
Tot / toe (afdeling waar hij toegang - had)
Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 501 of online via de E-ANS; Taalboek Nederlands (2003), p. 204