Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Zijn / haar (de stad en - inwoners)

Vraag

Is het woord stad mannelijk of vrouwelijk? Moet er met zijn of haar naar verwezen worden: de stad en haar inwoners of de stad en zijn inwoners?

Antwoord

Zowel de stad en haar inwoners als de stad en zijn inwoners is correct. Gebruik in één tekst wel consequent hetzelfde verwijswoord om naar hetzelfde woord te verwijzen.

Toelichting

Bij sommige de-woorden wordt in de Woordenlijst en in woordenboeken expliciet vermeld welk woordgeslacht ze hebben (hetzij mannelijk, hetzij vrouwelijk). Bij veel de-woorden ontbreekt een dergelijke vermelding echter, bijvoorbeeld bij stad. Dat betekent dat het woord beide geslachten kan hebben. Als naar zo’n woord verwezen wordt met een bezittelijk voornaamwoord, is zowel de mannelijke vorm zijn als de vrouwelijke vorm haar correct.

Taalgebruikers die van huis uit alleen de standaardtaal spreken – met name in het noorden van het taalgebied – beschouwen in dergelijke gevallen een verwijzing met zijn als het neutraalst. Maar er zijn ook variëteiten van het Nederlands (met name dialecten in het zuiden en oosten van Nederland en in België) die een systeem hebben dat drie geslachten onderscheidt (mannelijk, vrouwelijk en onzijdig). Sprekers van deze variëteiten onderscheiden vaak ook in de standaardtaal drie geslachten. Zij zullen in het geval van stad een verwijzing met haar het natuurlijkst vinden, terwijl ze bijvoorbeeld naar stoel met zijn zullen verwijzen.

Het verdwijnen van het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden is een taalontwikkeling die al minstens vanaf de zeventiende eeuw aan de gang is: het oude systeem met drie geslachten (mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden) maakt plaats voor een systeem met twee woordgeslachten (de- en het-woorden). In de standaardtaal is dit proces al zo goed als voltooid: woorden die van oorsprong mannelijk of vrouwelijk waren, hebben dezelfde lidwoorden (de, een) en ook de aanwijzende voornaamwoorden zijn hetzelfde (deze, die).

Bijzonderheid

Vóór de spellingwijziging van 1995 vermeldden de meeste woordenboeken bij veel de-woorden v.(m.) of m.(v.), waarbij de eerste letter het historische woordgeslacht aangeeft. Deze vermeldingen zijn in veel recente naslagwerken geschrapt en vervangen door de aanduiding de.

Zie ook

Verwijzingsproblemen met voornaamwoorden van de derde persoon enkelvoud (algemeen)
Woordgeslacht (algemeen)

Haar / zijn (Pepsi heeft - winst verdubbeld)
Haar / zijn (het bestuur heeft - goedkeuring uitgesproken)
Haar / zijn / hun (de Verenigde Staten en - bevolking)
Zijn / haar (Venetië en - gondels)
Zijn / haar (zowel hij als zij ziet - budget krimpen)
Zijn / haar (de muis heeft - staart bezeerd)
Zijn / hun (de tweeling is gek op - nichtje)

Bronnen

Taaltelefoon (2003). De soep, hij/ze is koud? Geraadpleegd op 5 april 2004 via http://www.taaltelefoon.be.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 160-161 of online via de E-ANS

Ten aanzien van de-woorden die geen personen of dieren aanduiden geldt het volgende.

In de gesproken taal worden deze woorden in het noorden vrij algemeen als mannelijk behandeld; in de geschreven taal worden in het noorden een aantal, met name formeel gekenmerkte, substantieven ook wel als vrouwelijk behandeld. (...) In het zuidelijke deel van het taalgebied, waar de dialecten een driegenerasysteem hebben, worden ook in de gesproken taal een aantal van deze de-woorden, zelfs zonder dat de vorm daar aanleiding toe geeft, als vrouwelijk behandeld.

(...)

Het verschil in de behandeling van de-woorden als mannelijke of vrouwelijke substantieven dat tussen het noordelijk en zuidelijk gedeelte van het Nederlandse taalgebied bestaat, kan worden beschouwd als variatie binnen de standaardtaal. (…)

Taalbaak 30 (1993)

Verwijs naar mannelijke woorden en het-woorden (...) met zijn. Verwijs naar vrouwelijke woorden met haar. Kijk in het woordenboek of het woord waarnaar u verwijst een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig woord is. (...) In sommige gevallen is er meer dan één mogelijkheid. Bij metropool ziet u bijvoorbeeld in het woordenboek staan: v.(m.). Kies dan consequent voor m. (mannelijk).

Schrijfwijzer (2002), p. 221

De-woorden kunnen mannelijk en/of vrouwelijk zijn. De criteria waarmee onze taal zijn/haar geslachtelijke voorkeur heeft kenbaar gemaakt, zijn helaas ondoorgrondelijk. Daarom is vaak een woordenboek nodig om het geslacht vast te stellen. Daar vindt men (...) de wanneer het allebei kan. Veelal betekent de laatste mogelijkheid dat het woord in Vlaanderen vrouwelijk is en in Nederland mannelijk. In Vlaanderen zegt men van de tafel dat zij in de weg staat; in Nederland zegt men dan hij.

Stijlboek [De Standaard] (2003), p. 204

Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden is aan het verdwijnen. Vooral Nederlanders slaan er geen acht meer op. In Vlaanderen zijn er nog veel mensen die ‘die krant heb ik al gelezen; je mag hem verbranden’ een vloek vinden. Omdat een geërgerde lezer een slechte lezer is, houden we mannelijke en vrouwelijke woorden uiteen. [Krant is volgens het Groene Boekje een de-woord, niet specifiek mannelijk of vrouwelijk.]

Vraagbaak Nederlands (2003), p.112

Sommige woorden zijn volgens het woordenboek zowel mannelijk als vrouwelijk. Maak daarbij een consequente keuze tussen verwijzing met hij/zijn en zij/haar.