Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Bij / tegen de twintigduizend kilometer

Vraag

Is bij in bij de twintigduizend kilometer met de betekenis 'bijna (twintigduizend kilometer)' correct?

Antwoord

Nee, in de standaardtaal wordt in dit geval in de betekenis 'bijna' tegen gebruikt. Bij komt in deze betekenis weleens voor in België, maar het is er geen standaardtaal.

Toelichting

Om uit te drukken dat een bepaalde hoeveelheid net niet gehaald is, kan in de standaardtaal onder meer gebruik gemaakt worden van de constructie tegen de + telwoord (tegen de = 'bijna').

(1) Het was tegen de vijfendertig graden. ('bijna vijfendertig')

(2) Hij loopt ook al tegen de vijftig. ('is bijna vijftig jaar')

Op vergelijkbare wijze kan men uitdrukken dat een bepaalde hoeveelheid bij benadering bereikt is ('min of meer', 'ongeveer'). In dat geval wordt in de standaardtaal het voorzetsel rond of de combinatie om en (na)bij gebruikt.

(3) Ze hebben rond de driehonderd kilometer afgelegd. ('ongeveer driehonderd')

(4) Dat moet om en nabij de vijfduizend euro kosten. ('ongeveer vijfduizend')

In België wordt in de betekenis 'bijna' in plaats van het voorzetsel tegen soms ook wel bij gebruikt. Het is er echter geen standaardtaal.

(5) We legden een voettocht af van bij de honderd kilometer. (in België, geen standaardtaal)

Andere uitdrukkingswijzen in de standaardtaal zijn: een kleine vijfendertig ('minder dan', 'bijna'), zo'n driehonderd ('ongeveer'), een stuk of dertig (boeken) ('ongeveer dertig').

Naslagwerken

 

bij de tegen de
Verschueren (1996) [bij bij] I. (…) 2. (…) i. ongeveer: - de 100 personen; het is - vieren [bij tegen] 4. a. naar: het liep - de avond. b. even vóór: - het midden van de maand; - dat hij thuiskomt; - acht uur
Koenen (2006) - [bij tegen] 5 kort voor: ~ vieren vier uur
Kramers (2000) [bij bij] I (…) 8 bijna, niet veel vroeger of later dan: het is ~ twaalven; inz ZN: het is ~ de middag tegen de middag [bij tegen] I (…) 2 in de richting van, naar, even voor: het loopt ~ de vakantie; ~ vier uur
ANS (1997), p. 192 of online via de E-ANS - In voorzetselconstituenten met een bepaald hoofdtelwoord die een hoeveelheid uitdrukken die groter, kleiner of ongeveer zo groot is als de door het telwoord aangeduide hoeveelheid, kan of moet een bepaald lidwoord gebruikt worden. Het gaat om de voorzetsels: boven, over en in ('groter/meer dan'); beneden, onder, binnen en tegen ('kleiner/minder dan'); rond en de combinatie om en nabij ('ongeveer zo groot/veel als'). Bij leeftijdsaanduidingen en na om en nabij wordt het lidwoord vrijwel altijd gebruikt; in andere gevallen is het meestal facultatief. Voorbeelden: (…) Ik loop ook tegen de vijftig.