Wat is correct: moto of motor?
Standaardtaal is motor of motorfiets. Moto is geen standaardtaal.
Een motorrijtuig met een cilinderinhoud groter dan 50 cc wordt in de standaardtaal een motor of een motorfiets genoemd.
(1) Op zonnige dagen maakt Albert altijd een tochtje op zijn motor.
(2) Motorfietsen kunnen gevaarlijk zijn op de autosnelweg.
In België wordt zo'n rijtuig ook wel eens een moto genoemd. Dat woord wordt echter niet door alle taalgebruikers aanvaard.
(3) 'Als je achter op de moto wilt, moet je wel een helm opzetten', merkte de politieman op. (in België, geen standaardtaal)
| moto | motor | |
| Grote Van Dale (2005) | (Belg.N., niet alg.) motorfiets | 3 als verkorting van motorfiets |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 (Belg., niet alg.) motorfiets | 2 motorfiets |
| Verschueren (1996) | motorfiets, in Z.N. in vrij gebruik, in Ned. Sport. in samenstellingen als motocross enz. | 2. Metn. motorfiets |
| Koenen (1999) | - | 2 (…) motorfiets |
| Kramers (2000) | ZN motor, motorfiets | 3 verkorting van motorfiets |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 161 | [wordt afgekeurd] Correct is: motor. Een motorfiets, motorcoureur, motorcross. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 173 | [wordt afgekeurd] motorfiets, moto | - |
| Taalwijzer (1998), p. 221 | [bij motor, wordt afgekeurd] niet: moto | is de correcte term in de betekenis van motor(fiets) |
| Stijlboek VRT (2003), p. 165 | [wordt afgekeurd] Franse verkorting. Algemeen Nederlands is: motor, motorfiets. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | motorfiets, motor | - |