Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Aanduiden / aanstellen, benoemen

Vraag

Is aanduiden correct in zinnen als Hij werd als plaatsvervanger aangeduid?

Antwoord

Ja, in die gevallen is aanduiden standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is Hij werd als plaatsvervanger aangesteld, aangewezen of benoemd.

Toelichting

Aanduiden is standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenissen 'te kennen geven', 'omschrijven' en 'betekenen'.

(1) Het blauwe lampje duidt aan dat de batterij oplaadt. ('te kennen geven')

(2) Zij werd vaak aangeduid als 'femme fatale'. ('omschrijven')

(3) Een woord kan verschillende dingen aanduiden. ('betekenen')

Aanduiden is alleen standaardtaal in België in de betekenis 'iemand met een bepaald ambt, een bepaalde functie bekleden of daarvoor aanwijzen'.

(4) Voor kenners is de man die werd aangeduid als opvolger van Foccroulle, geen verrassing. [standaardtaal in België]

(5) De eerste minister zal vermoedelijk morgen al een nieuwe kabinetschef aanduiden. [standaardtaal in België]

(6) De judoka werd aangeduid om naar de Olympische Spelen te gaan. [standaardtaal in België]

Hoewel de naslagwerken aanduiden in deze betekenis als niet-standaardtalig beschouwen en sommige het gebruik ervan expliciet afkeuren, is het woord in België in de praktijk erg gebruikelijk en wordt het over het algemeen ook geaccepteerd. Er hoeft dan ook geen bezwaar tegen gemaakt te worden.

Standaardtaal in het hele taalgebied is in zinnen als (4) t/m (6) aanstellen (tot/als), benoemen (tot/als), aanwijzen (als) of selecteren. Sporters worden geselecteerd en ambtenaren worden aangesteld of benoemd.

(7) Sven Nys werd geselecteerd om deel te nemen aan het wereldkampioenschap veldrijden.

(8) Dit jaar werden vijftig nieuwe ambtenaren aangesteld bij onze afdeling.

Combinaties als iemand aanduiden als verantwoordelijke (schuldige, dader en dergelijke) of een verantwoordelijke (schuldige, dader) aanduiden behoren eveneens tot de standaardtaal in België. In de standaardtaal in het hele taalgebied gebruiken we iemand aanwijzen als verantwoordelijke (schuldige, dader) of een verantwoordelijke (schuldige, dader) aanwijzen.

(9a) De trainer werd als verantwoordelijke aangeduid voor de tegenvallende resultaten van het afgelopen seizoen. [standaardtaal in België]

(9b) De trainer werd als verantwoordelijke aangewezen voor de tegenvallende resultaten van het afgelopen seizoen.

(10a) Rita werd ook door haar naaste omgeving als dader van de moord aangeduid. [standaardtaal in België]

(10b) Rita werd ook door haar naaste omgeving als dader van de moord aangewezen.

Zie ook

Benoemen / benoemen tot
Weerhouden

Naslagwerken

               

aanduiden

aanstellen

benoemen

aanwijzen

Grote Van Dale (2005) 5 [leenvertaling van Fr. désigner] (Belg.N., niet alg.) (m.betr.t. zekere gegevens) opgeven, vermelden, specificeren 6 (Belg.N., niet alg.) (m.betr.t. personen) aanwijzen voor een bep. rol of functie

2 in een zekere functie plaatsen, in dienst stellen, syn. benoemen

2 met een ambt, een betrekking bekleden, (iem.) daarvoor aanstellen

2 onderscheidend doen kennen, syn. aanduiden: de dader, de winnaar aanwijzen (…) 3 aanstellen: een formateur, een opvolger, een plaatsvervanger aanwijzen

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) 4 (Belg., niet alg.) aanstellen

1 in een zekere functie plaatsen, syn. aanduiden, aanwijzen, benoemen, designeren

1 aanstellen in een ambt, een betrekking

3 aanstellen (…) de dader aanwijzen1; iem. of iets met de neus kunnen aanwijzen1; een opvolger aanwijzen3

Verschueren (1996) [in deze betekenis niet opgenomen]

1. een taak van enige duur aan iemand opdragen (…) Syn. benoemen.

2. met bevoegdheid aanstellen

[in deze betekenis niet opgenomen]

Koenen (2006) [in deze betekenis niet opgenomen]

2 in een zekere functie plaatsen, in dienst stellen, syn. benoemen

2 met een ambt, een betrekking bekleden, (iem.) daarvoor aanstellen

[in deze betekenis niet opgenomen]

Kramers (2000) 5 ZN (van ambtenaren e.d.) aanwijzen, benoemen; (van sportlieden) selecteren; 6 ZN vermelden, aangeven, opgeven

1 benoemen

1 aanstellen in een ambt

[in deze betekenis niet opgenomen]

Correct Taalgebruik (2006), p. 12,15 Het verschil tussen aanduiden en aanwijzen wordt soms over het hoofd gezien.

Het werkwoord aanduiden betekent: kenbaar maken door het opgeven van kenmerken en bijzonderheden of door een gebaar. (…) Meestal gebruiken we evenwel aanwijzen. (…) In veel gevallen zijn andere werkwoorden gangbaar.

-

-

Zie: aanduiden.

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 1 [wordt afgekeurd] helemaal aangeduid zijn voor iets, de aangeduide man zijn om …, de aangewezen, juiste, geschikte man zijn om …; iem. als plaatsvervanger -, aanwijzen, aanstellen; de juiste tijd -, aanwijzen; het adres -, vermelden

-

-

-

Taalwijzer (1998), p. 14, 63, 24 [wordt afgekeurd] 1) niet te verwarren met *aanwijzen en *vermelden; aanduiden betekent: kenbaar maken door het opgeven van kenmerken en bijzonderheden of door een gebaar.

-

tot, als directeur enz.; in een ambt of functie (niet: iemand directeur benoemen).

Niet te verwarren met *aanduiden.

1) Personen worden aangewezen (benoemd, aangesteld) om een ambt of functie te bekleden of om een bepaalde taak te verrichten (en dus niet: aangeduid). (…)

Stijlboek VRT (2003), p. 16, 18 [bij aanwijzen/aanduiden] Aanduiden betekent:
- beschrijven door het noemen van enkele kenmerken (…)
- omschrijven (…)
- uitdrukken (…)
- betekenen (…)
- ergens op wijzen (…)

Niet gebruiken voor: aanstellen, aanwijzen, benoemen, selecteren.

-

-

[bij aanwijzen/aanduiden] Aanduiden betekent:
- beschrijven door het noemen van enkele kenmerken (…)
- omschrijven (…)
- uitdrukken (…)
- betekenen (…)
- ergens op wijzen (…)

Niet gebruiken voor: aanstellen, aanwijzen, benoemen, selecteren.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) - personen aanwijzen, aanstellen, benoemen
- dingen vermelden, aangeven
- selecteren in de sport
-

-

-