Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Instaan voor / zorgen voor

Vraag

Is er een betekenisverschil tussen instaan voor en zorgen voor?

Antwoord

Zorgen voor betekent in het hele taalgebied onder meer 'iets in orde brengen', 'erop toezien dat iets gebeurt'. Instaan voor is standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenis 'borg staan voor', 'verantwoordelijkheid dragen voor', 'garant staan voor'. Instaan voor is ook standaardtaal in België in de betekenis 'zorgen voor'.

Toelichting

Wie voor iets zorgt, ziet erop toe dat iets gebeurt of brengt iets in orde. Afhankelijk van de context kan in plaats van zorgen voor (iets) bijvoorbeeld ook zorg dragen voor (iets), zich bezig houden met (iets), belast zijn met (iets) gebruikt worden.

(1) Het is nu maar de vraag wie zal zorgen voor de aankoop van de grondstoffen.

(2) We zullen ervoor zorgen/er zorg voor dragen dat alles in goede banen geleid wordt.

(3) Sinds vorig jaar is hij belast met het verwelkomen van alle buitenlandse delegaties.

Iemand die voor iets instaat, staat ergens borg voor, draagt de verantwoordelijkheid voor iets. Instaan voor (iets) is in die betekenis standaardtaal in het hele taalgebied. Als alternatief zijn hier onder meer mogelijk garant staan voor (iets) of (iets) garanderen.

(4) Ik sta ervoor in dat hij dat werk goed zal doen.

Instaan voor is daarnaast standaardtaal in België in de betekenis 'zorgen voor, zorg dragen voor'.

(5) Het bedrijf zal instaan voor de berging van het wrak. [standaardtaal in België]

(6) De lokale schoolraden zullen voortaan instaan voor het algemeen beheer, inclusief de aanwerving van tijdelijk personeel. [standaardtaal in België]

Zie ook

Zorgen dat / ervoor zorgen dat

Naslagwerken

 

instaan voor

zorgen voor

Grote Van Dale (2005) [instaan:1 garant staan, borg zijn (voor)]

[zorgen: 1 toezien en moeite doen dat iets gebeurt of onderhouden wordt, zorg dragen, hebben voor -, waken (voor-)]

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

2 (Belg., niet alg.) zorg dragen voor, belast zijn met, syn. zorg dragen voor iets

1 toezien en moeite doen dat iets gebeurt of onderhouden wordt, syn. treffen, voorzien in (...) 2 voortdurend en toegewijd in de weer zijn voor anderen, syn. iem. onder zijn hoede nemen

Verschueren (1996)

[in deze betekenis niet opgenomen]

2. in orde brengen

Koenen (2006)

[bij instaan] borg zijn; waarborg geven; garanderen: voor iem, voor de waarheid, echtheid ~

[zorgen: 1 zorg dragen, waken voor]

Kramers (2000)

[bij instaan] ~ voor waarborgen dat iem. of iets goed is; zich aansprakelijk stellen voor

[bij zorgen] voor zichzelf kunnen ~ zich (financieel) kunnen redden

Correct Taalgebruik (2006), p. 121

[bij instaan] Wie voor iets instaat, draagt er verantwoordelijkheid voor, is ervoor aansprakelijk, staat ervoor garant. Dat is wat anders dan voor iets zorgen, ergens zorg voor dragen, zich ergens mee bezig houden, met iets belast zijn, ergens bevoegd voor zijn.

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 126

[bij instaan, wordt afgekeurd] - voor de orde, zorgen, zorg dragen voor, belast zijn met, verantwoordelijk zijn voor

-

Taalwijzer (1998), p. 171

[bij instaan] Niet te verwarren met *zorgen voor; instaan betekent o.a.: voor iets of iemand aansprakelijk zijn, borg staan voor; kortom: instaan voor heeft altijd te maken met een verantwoordelijkheid die men op zich neemt; syn. garanderen.

[bij zorgen] Niet te verwarren met *instaan voor; zorgen voor betekent: belast zijn met, tot taak hebben, de leiding hebben over, op iets *toezien e.a. Zowel ervoor zorgen dat als zorgen dat is gangbaar.

Stijlboek VRT (2003), p. 122, 278

Instaan voor betekent: nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor iets op zich nemen,  er aansprakelijk voor zijn. Het wordt meestal in een vragende of ontkennende zin gebruikt. (…) Niet gebruiken voor: zorgen voor, belast zijn met, de leiding hebben over.

Zorgen voor betekent: erop toezien dat iets gebeurt, zorg dragen voor, verzorgen. Het heeft vaak een positieve connotatie. In de (negatieve) zin van '(de oorzaak zijn van) is het langzamerhand een cliché.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij instaan]

-          instaan voor, aansprakelijk zijn voor, borg staan voor

-          instaan voor iets, zorgen voor iets, zich bezighouden met

-