Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Beslissen / besluiten

Vraag

Mag je beslissen en besluiten door elkaar gebruiken in een zin als: We moeten over die netelige kwestie morgenavond toch eindelijk iets beslissen/besluiten?

Antwoord

Ja, maar er is wel sprake van een accentverschil. Bij het gebruik van beslissen ligt de nadruk op het doorhakken van een knoop, zodat aan bestaande onzekerheid een einde gemaakt wordt; bij besluiten ligt het accent op na rijp beraad komen tot een keuze tussen alternatieven.

Toelichting

De oorspronkelijke betekenissen van besluiten zijn: (a) 'in zich bevatten' en (b) 'beëindigen'. Denk bijvoorbeeld aan:

(1) Die interpretatie zit in deze theorie al besloten.

(2) De bijeenkomst werd besloten met het zingen van het Wilhelmus.

Daarvan afgeleid zijn de betekenissen: (c) 'concluderen' en (d) 'na beraadslaging tot een beslissing komen'.

Het werkwoord beslissen betekent: (a) 'de discussie beëindigen door het nemen van een besluit', (b) 'een doorslaggevende stem hebben' en (c) 'de uitslag vaststellen'.

De betekenissen (d) van besluiten en (a) van beslissen overlappen elkaar in hoge mate.

Voorbeelden van de betekenissen (b) en (c) van beslissen:

(3) Uiteindelijk beslist de jury.

(4) De examencommissie zal morgen beslissen wie er geslaagd zijn en wie niet.

Zie ook

Behelzen / bevatten
Beschikkingen / bepalingen
Beslissen te / besluiten te

Naslagwerken

beslissen besluiten
Grote Van Dale (2005) - iets waarover verschil van gevoelen is voorgoed tot een einde brengen

- iets dat nog onzeker is een bepaalde uitkomst doen hebben
- vatten, vervatten

- een slot, een einde aan iets maken, beëindigen

- een gevolgtrekking maken als uitkomst van een redenering

- na overweging of beraadslaging vaststellen, een besluit nemen, bepalen

- (tot iets - ): na overweging of beraadslaging kiezen voor, overgaan tot
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) 1 vaststellen wat er gedaan moet worden (...)

2 een bepaalde uitslag doen hebben, de doorslag geven in
1 beëindigen

2 kiezen wat er gedaan moet worden

3 een gevolgtrekking maken als uitkomst van een redenering

- bevatten
Verschueren (1996) - voorgoed tot een einde brengen

- uitspraak doen over
- eindigen

- in zich bevatten, inhouden

- een gevolgtrekking maken

- iets bepalen dat men voorneemt te volbrengen
Wolters-Koenen (1996) - een besluit nemen omtrent iets waarover verschil van gevoelen bestaat

- iets onzekers een bepaalde uitkomst doen hebben
- een einde aan iets maken

- een gevolgtrekking maken

- iets na overweging of beraadslaging vaststellen

- inhouden
Kramers (1996) - een besluit nemen

- de uitslag bepalen

- uitspraak doen over
- een beslissing nemen

- tot de slotsom komen, concluderen

- beëindigen

- omvatten, inhouden