Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Voornaamwoordelijk bijwoord

Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van één van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal en één of meer voorzetsels (bijvoorbeeld aan, bij, voor) of met de bijwoorden af, heen en toe. In de regel worden de delen van het voornaamwoordelijk bijwoord aaneengeschreven, behalve als het de bijwoorden ergens, nergens en overal betreft. Voorbeelden:

(1) Waarover spraken zij, die twee daar op het hek?

(2) Ik wil me nergens mee bemoeien.

Het voornaamwoordelijk bijwoord kan ook worden gesplitst door een zinsdeel, bijvoorbeeld:

(3a) Dit is niet datgene waarover het gaat.

(3b) Dit is niet datgene waar het over gaat. (waar...over is een gesplitst voornaamwoordelijk bijwoord)

Zie ook

Bijwoord
Voornaamwoord
Voorzetsel
Zinsdeel