Hoofdwerkwoorden (of: zelfstandige werkwoorden) kunnen verdeeld worden in overgankelijke (of: transitieve) en onovergankelijke (of: intransitieve) werkwoorden. Een overgankelijk werkwoord is een werkwoord dat in een zin altijd een lijdend voorwerp bij zich kan hebben, bijv. krijgen:
(1) Morgen krijg je een nieuwe jas. (een nieuwe jas is lijdend voorwerp)
Een onovergankelijk werkwoord krijgt geen lijdend voorwerp bij zich, bijv. blaffen:
(2) De waakhond blafte een hele tijd.
Hoofdwerkwoord
Lijdend voorwerp
Werkwoord