Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Onderwerp

Het onderwerp (of: subject) is het zinsdeel dat de zelfstandigheid aanduidt waarover het gezegde iets zegt. De persoonsvorm in het gezegde komt in getal en persoon overeen met het onderwerp. Voorbeelden:

(1) Ik heb het raam open laten staan.

(2) De drie wijzen uit het Oosten volgden de ster naar Bethlehem.

In zinnen met een onpersoonlijk werkwoord komt geen zelfstandigheid voor waarover het gezegde iets zegt. In plaats daarvan wordt in deze gevallen een zogenaamd 'loos onderwerp' gebruikt (het):

(3) Het vriest, het is koud, het wordt donker, het is al laat.

(4) Hoe gaat het ermee?

Zie ook

Getal
Gezegde
Persoon
Persoonsvorm
Zinsdeel