Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Lijdende vorm

Het gezegde van een zin in de lijdende (of: passieve) vorm wordt gevormd met het hulpwerkwoord worden en een zogenaamd passief deelwoord. In een passieve zin duidt het grammaticale onderwerp niet de handelende persoon aan, maar de zelfstandigheid die in de corresponderende actieve zin de functie van lijdend voorwerp vervult (het logische lijdend voorwerp). Een passief deelwoord heeft dezelfde vorm als een voltooid deelwoord. Het werkwoord zijn is in passieve zinnen geen hulpwerkwoord van de lijdende vorm, maar een hulpwerkwoord van tijd waarbij het verzwegen voltooid deelwoord geworden kan worden aangevuld. Voorbeelden:

(1) Kinderen die vragen, worden overgeslagen.

(2) Wie niet weg is, is gezien.

Zie ook

Bedrijvende vorm
Hulpwerkwoord
Lijdend voorwerp
Onderwerp
Voltooid deelwoord