Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Voorzetsel

Een voorzetsel (of: prepositie) is een onverbuigbaar woord zoals aan, bij, door, in, naast, om en tussen, dat de aard van de relatie (bijvoorbeeld tijd of ruimte of middel) tussen verschillende elementen in de zin aangeeft:

(1) De winkel is open om/na/vanaf tien uur.

(2) De computer staat op/onder/naast het bureau.

(3) Schilder je met een roller of een kwast?

De combinatie van voorzetsel en zelfstandig naamwoord of zelfstandig-naamwoordgroep (bijvoorbeeld op het bureau, met een kwast) wordt voorzetselgroep genoemd. Een voorzetsel staat gewoonlijk voor het element waar het bij hoort (zie de voorbeelden (1) t/m (3)), maar het kan er soms ook achter staan (men spreekt dan wel van een achterzetsel), bijvoorbeeld:

(4) Ze reden het tuinpad op.

Een aantal werkwoorden of werkwoordelijke uitdrukkingen wordt verbonden met een zogenaamd vast voorzetsel, bijvoorbeeld: belang hechten aan, grenzen aan, afrekenen met, snakken naar, wachten op, bestand zijn tegen.

Zie ook

Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Zelfstandig-naamwoordgroep