Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Woordgeslacht van Engelse leenwoorden (algemeen)

Algemene principes
Concrete uitwerking
Restproblemen

Algemene principes Top

Voor de toekenning van het woordgeslacht bij Engelse leenwoorden kunnen we uitgaan van de volgende principes:

1. Leenwoorden worden in beginsel de-woorden (die ook binnen de gewone Nederlandse woordenschat veruit in de meerderheid zijn), tenzij er een reden is om er het-woorden van te maken.

2. Die redenen kunnen van grammaticale, semantische of lexicale aard zijn.

3. De redenen zijn formuleerbaar in heldere, ondubbelzinnig toepasbare regels.

4. Omdat verschillende regels elkaar kunnen tegenspreken, moet er een strenge hiërarchische ordening aanwezig zijn. De formele, grammaticale criteria winnen het van de semantische, die op hun beurt weer voor de lexicale komen. Ook binnen die categorieën is er sprake van hiërarchie.


Concrete uitwerking Top

Engelse leenwoorden voorzien we in het Nederlands van het lidwoord de, tenzij er een duidelijke reden is om voor het te kiezen. Die redenen worden hieronder opgesomd in hun hiërarchische volgorde.

1. Grammaticale redenen voor de keuze van het bestaan bij de volgende categorieën:

a Als zelfstandig naamwoord gebruikte infinitiefvormen: het winkelen, het bakken. Dus ook: het shoppen, het racen.

b Zelfstandige naamwoorden bestaande uit een werkwoordstam met het voorvoegsel ge-: het gedoe, het gepraat. Dus ook: het gerace, het gehockey.

c Zelfstandige naamwoorden die eindigen op de suffixen -asme of -isme: het sarcasme, het marxisme. Dus ook: het Thatcherisme, het hooliganisme.

d Zelfstandige naamwoorden die eindigen op het suffix -ment: het agreement, het statement.

e Zelfstandige naamwoorden die eindigen op het onbeklemtoonde achtervoegsel -et: het budget, het racket (uitzondering: hondenrassen: basset, whippet).

2. Semantische redenen voor de keuze van het bestaan bij de volgende categorieën:

a Namen van talen: het Aramees, het Urdu. Dus ook: het Basic, het Pascal, het slang.

b Namen van (abstraherende) verzameltermen: het metaal, het forum, het gezag. Vandaar: het platform, het plastic, het panel, het sample en het recital.

c Namen van sporten en spelen: het korfbal, het voetbal. Dus ook: het hockey, het golf, het bridge, het scrabble.

d Voorwerpsnamen afgeleid van stofnamen (behalve namen van voedsel): het linnen, het ijzer. Vandaar: het chintz, het denim, het teak.

3. Woordspecifieke redenen voor de keuze van het bestaan in de volgende gevallen:

Een Engels leenwoord neemt het geslacht over van een naastgelegen Nederlands woord, als dat bestaat. Het gaat hierbij om de naastgelegenheid van het rechterdeel. Naastgelegen moet als volgt worden gepreciseerd:

a De betekenis moet een zodanige overeenstemming vertonen dat ten minste een subset van de referenten samenvalt. Shirt en schort voldoen bijvoorbeeld niet aan deze voorwaarde.

b Op voorwaarde dat aan (3a) is voldaan, speelt de vormovereenkomst een rol. Dat wil zeggen dat de klinkers mogen verschillen, maar dat de medeklinkers gelijk moeten zijn. Enkele uitzonderingen zijn daarbij toegestaan. Zo mag de Engelse gh in het Nederlands een ch zijn. (Let er wel op dat het bij samenstellingen steeds gaat om de gelijkheid van het rechterdeel.) Bijvoorbeeld: het pocketbook vanwege het boek, het clipboard vanwege het bord, het copyright vanwege het recht, het sciencepark, vanwege het park.


Restproblemen Top

Sommige woorden kennen naast de de-vorm toch ook de het-vorm: de/het badge, de/het design, de/het display, de/het (-)face, de/het floppy, de/het home, de/het image, de/het issue en de/het suit. Dit zijn woorden die niet onder een van de behandelde het-regels vallen en dus alleen de zouden moeten krijgen.

Cluster (de / het -)

Uitzonderingen op de regel zijn ook nog: het abstract, het frame, het item, het script en het shirt.

Naslagwerken