Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Naamvallen (algemeen)

Wat zijn naamvallen?
Naamvallen bij persoonlijke voornaamwoorden
Genitief


Wat zijn naamvallen? Top

Naamvallen zijn de verschillende vormen die woorden – met name zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden, lidwoorden en telwoorden – aannemen, afhankelijk van hun functie in de zin.

Traditioneel zijn in het Nederlands de volgende vier naamvallen te onderscheiden:

1. De nominatief, voor de functie van onderwerp of naamwoordelijk deel van het gezegde; bijvoorbeeld:

(1) De koning aanschouwt zijn troepen. (onderwerp)

(2) Juan Carlos is de koning van Spanje. (naamwoordelijk deel)

(3) De koningin houdt de troonrede. (onderwerp)

(4) Zij is de koningin van Denemarken. (naamwoordelijk deel)

2. De genitief, ter uitdrukking van een relatie met een zelfstandig naamwoord (bijvoorbeeld een bezits- of afhankelijkheidsrelatie) van het type dat tegenwoordig meestal met het voorzetsel van wordt aangeduid; bijvoorbeeld:

(5) Hij is procureur des Konings. (= 'van de koning')

(6) Hij draagt 's konings wapenrok. (= 'de wapenrok van de koning')

(7) Ledigheid is des duivels oorkussen. (= 'van de duivel')

(8) Hij is commissaris der Koningin. (= 'van de koningin')

(9) Jacob van Maerlant schreef het boek 'Der Naturen Bloeme'. (= 'van de natuur')

3. De datief, voor de functie van meewerkend, ondervindend of belanghebbend voorwerp of na bepaalde voorzetsels; bijvoorbeeld:

(10) Hij gaf den ouden man twee muntstukken.

(11) Hij gaf aan den ouden man twee muntstukken.

4. De accusatief, voor de functie van lijdend voorwerp of na bepaalde voorzetsels; bijvoorbeeld:

(12) Na jaren ontmoette hij den ouden man weer.

(13) De veldwachter richtte zich tot den ouden man.

Genitief-, datief- en accusatiefvormen worden in de hedendaagse Nederlandse standaardtaal vrijwel niet meer gebruikt, behalve in vaste combinaties zoals in (5) t/m (8). Ook bij de persoonlijke voornaamwoorden zijn nog verschillende vormen in gebruik naargelang van de functie (ik/mij, zij/hun/hen enzovoorts). Voorts komt de genitief bijvoorbeeld nog voor bij eigennamen en verwantschapsnamen (zoals in Anna's driewieler, vaders sportwagen enzovoorts).

Vaste combinaties met naamvallen (algemeen)

In heel wat dialecten is het naamvalsysteem wél bewaard gebleven.


Naamvallen bij persoonlijke voornaamwoorden Top

De meeste persoonlijke voornaamwoorden kennen ook nu nog het verschil tussen de onderwerpsvorm en de niet-onderwerpsvorm. De niet-onderwerpsvormen kunnen zowel lijdend voorwerp als meewerkend, ondervindend of belanghebbend voorwerp zijn. Ook worden ze gebruikt na voorzetsels.

- Onderwerpsvormen zijn: ik, jij, hij/-ie, wij/we en zij/ze (enkelvoud en meervoud).

- Niet-onderwerpsvormen zijn: mij/me, jou, hem/'m, haar/d'r, ons, hen en hun.

- Zowel onderwerpsvorm als niet-onderwerpsvorm zijn: je, jullie, u, het en ze (meervoud).

Ze / haar (verwijzing naar personen)

NB Tussen de niet-onderwerpsvormen hen en hun bestaat een verfijnder onderscheid: de vorm hen komt voor als lijdend voorwerp of na een voorzetsel; de vorm hun wordt gebruikt in alle andere gevallen.

Hen / hun (algemeen)


Genitief Top

Een voorgeplaatste genitief komt in de standaardtaal voor bij eigennamen en verwantschapsnamen, bijvoorbeeld: Anna's (driewieler), Frankrijks (president) en vaders (sportwagen). Deze bezits- of afhankelijkheidsrelatie kan ook uitgedrukt worden met een combinatie met een bezittelijk voornaamwoord, bijvoorbeeld Anna d'r/haar (driewieler), vader z'n (sportwagen)Frankrijk z'n (president) is in dit geval uitgesloten – of met een voorzetselgroep met van die achter het kernwoord geplaatst wordt, bijvoorbeeld (de driewieler) van Anna, (de president) van Frankrijk en (de sportwagen) van vader.

Jan z'n / Jans hond

Daarnaast komen voorgeplaatste genitieven voor in vaste combinaties en uitdrukkingen als 's mans (principes), 's konings (wapenrok), 's lands wijs, 's lands eer, een enkele keer ook daarbuiten, bijvoorbeeld 's lands (grootste kruidenier).

Een nageplaatste genitief komt voor in vaste combinaties als (de plek) des onheils en (de tand) des tijds, evenals bij enkele archaïsche formuleringen (Ontferm u mijner).

Ook tijdsbepalingen als 's winters worden als genitief beschouwd ('s is een verkorting van des, de mannelijke en onzijdige genitiefvorm van het bepaald lidwoord).

NB Hoewel bij de persoonlijke voornaamwoorden het naamvalssysteem nog het gangbaarst is, kennen juist deze woorden geen genitief meer: de genitiefvormen van de persoonlijke voornaamwoorden hebben zich ontwikkeld tot bezittelijke voornaamwoorden (mijn, (dijn,) zijn, ons, uw, hun).

Naslagwerken