Categorie: correctheid en betekenis
Vakantie (op / met -)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetselwoordkeuze en stijladviezen>grammatica>voorzetselwerkwoordVakantie (op / met -) Vraag Wat is correct: Morgen gaan we op vakantie of Morgen gaan we met vakantie? Antwoord Zowel op vakantie gaan als met vakantie gaan is correct. Toelichting Zowel op vakantie …
Op internet / op het internet
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenisadviezen>grammatica>lidwoordOp internet / op het internet Vraag Wat is correct: U vindt ons ook op internet / U vindt ons ook op het internet? Antwoord De beide zinnen zijn correct. Het gebruik van het lidwoord het is hier …
Op / aan het einde van (de maand)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp / aan het einde van (de maand) Vraag Wat is juist: Hij wordt op het einde van de maand vijftig jaar of Hij wordt aan het einde van de maand vijftig jaar? Antwoord Op …
Op / in de bus
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp / in de bus Vraag Wat is het juiste voorzetsel in de volgende zin: We zaten gisteravond helemaal alleen in de bus of We zaten gisteravond helemaal alleen op de bus? Antwoord In de …
Op / in een week (tijd)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselOp / in een week (tijd) Vraag Is het voorzetsel op correct in een zin als Op een week tijd is hij twee kilo afgevallen? Antwoord Ja, maar het gebruik van op in zulke tijdsbepalingen is …
