Etnische achtergrond of migratieachtergrond van personen benoemen (algemeen)
Etnische achtergrond of migratieachtergrond van personen benoemen (algemeen)
1. Inleiding
2. Algemene, generaliserende termen
2.1 Allochtoon, buitenlander, vreemdeling
2.2 Migrant
2.3 Iemand met een migratieachtergrond
3. Specifiekere aanduidingen
4. Minder gangbare termen
1. Inleiding[Top]
In deze tekst wordt besproken welke woorden er gebruikt kunnen worden voor mensen die van oorsprong uit een ander land komen, of van wie een of meer ouders of voorouders uit een ander land komen. Bedoeld zijn in dit geval mensen met een niet (volledig) Nederlandse dan wel Belgische achtergrond, die in respectievelijk Nederland en België wonen en aan de maatschappij deelnemen. Deze tekst is dus in de eerste plaats bedoeld voor Nederland en België. Hij kan niet zomaar worden toegepast op andere landen of gebieden waar Nederlands wordt gesproken, zoals Suriname, Curaçao of Bonaire, omdat de situatie daar erg verschilt van die in Nederland of België en er andere gevoeligheden (kunnen) spelen.
Wat is standaardtaal? – Standaardtaal in Suriname
Wie binnen een Nederlandse of Belgische context schrijft over mensen met een (deels) andere etnische achtergrond dan Nederlands of Belgisch, kan voor de vraag komen te staan hoe deze personen kunnen worden omschreven. Veel mensen beseffen inmiddels dat termen als allochtoon, buitenlander en vreemdeling – die ooit als neutrale woorden gebruikt werden – niet (meer) gepast zijn, maar weten niet welke geschikte(re) alternatieven er zijn. Door de jaren heen zijn suggesties gedaan als migrant, iemand met een migratieachtergrond, medelander en nieuwe Nederlander/Belg, maar niet iedereen weet of – en zo ja, hoe en wanneer – die kunnen worden gebruikt.
Aan deze vraag moet eigenlijk nog een andere vraag voorafgaan: is het (voor de lezer) wel relevant om in de tekst te benoemen wat iemands etnische of culturele achtergrond is? Dat hangt onder meer van de tekstsoort af: in een nieuwsbericht of informatief artikel spelen andere aspecten een rol dan in een opiniestuk of column, en ook weer andere dan in een wetenschappelijke publicatie of een passage met statistisch gegevens enzovoort. Het vermelden van de etnische of culturele achtergrond kan wij-zij-denken en stigmatisering in de hand werken. Het is daarom aan te raden om eerst na te gaan of een verwijzing daarnaar niet beter kan worden weggelaten, omdat het niet relevant is om te benoemen.
In bepaalde contexten kan het juist wél belangrijk zijn om culturele of etnische achtergrond te benoemen. Dat is bijvoorbeeld het geval in een rapport over mensen met verschillende etnische en migratieachtergronden.
Als vermelding van de afkomst wel relevant is, is een formulering als (iemand/persoon) met een migratieachtergrond enerzijds het meest neutraal, maar anderzijds nog niet erg veelzeggend. Een specifiekere aanduiding als Surinaamse Nederlander, iemand met Tunesische ouders of mensen met Congolese roots is vaak duidelijker en daardoor in veel gevallen wenselijker.
In het vervolg van deze tekst gaan we dieper in op verschillende termen en formuleringen die in gebruik zijn en de voor- en nadelen daarvan.
2. Algemene, generaliserende termen[Top]
2.1 Allochtoon, buitenlander, vreemdelingTop
Van oorsprong is allochtoon een bijvoeglijk naamwoord, met de betekenis ‘afkomstig uit een ander land’. Het raakte ooit in zwang in combinaties als allochtone jongeren en allochtone werknemers. Vanaf de jaren 1970 werd het ook als zelfstandig naamwoord gebruikt – een allochtoon, meerdere allochtonen – om personen aan te duiden die ‘uit een ander land’ afkomstig waren. Toen de mensen voor wie het woord gebruikt werd in Nederland of België bleven wonen en aan de maatschappij deelnamen, werd allochtonen ook vaak voor hun kinderen gebruikt en later voor hun kleinkinderen, achterkleinkinderen enzovoort, ook al waren die niet uit een ander land afkomstig en zelfs niet in een ander land geboren.
Voor buitenlander(s) en vreemdeling(en) geldt iets vergelijkbaars. Die woorden verwezen aanvankelijk algemeen naar het feit dat mensen uit ‘het buitenland’ dan wel uit ‘een vreemd land’ (in de zin van: een ander land) kwamen, maar later ook specifieker naar mensen die in Nederland of België zijn komen wonen en aan het maatschappelijk leven deelnemen, en hun nageslacht. Zowel in de Nederlandse als in de Belgische Vreemdelingenwet is vreemdeling bovendien de juridische term voor iemand die niet de Nederlandse dan wel de Belgische nationaliteit heeft.
Woorden als allochtoon, buitenlander en vreemdeling worden inmiddels door veel mensen vaak als ongepast ervaren, met name in nieuwsberichten en opiniërende teksten. Wat aan woorden als allochtoon, buitenlander, vreemdeling kleeft, is dat ze vrijwel altijd worden gebruikt om mensen aan te duiden die (of van wie de voorouders) niet zómaar uit ‘een ander land’ komen, maar vooral mensen die uit een niet-West-Europees land komen – in het bijzonder uit Zuid-Europa, (Noord-)Afrika, het Midden-Oosten en delen van Azië.
Deze woorden vestigen op een negatieve manier de nadruk op het anders-zijn van deze mensen als het gaat om hun taal, cultuur, religies en normen en waarden. De afgelopen decennia wordt dat steeds vaker als ongepast gezien.
Een andere reden waarom mensen allochtoon, buitenlander en vreemdeling ongepast vinden, is dat het zelfstandige naamwoorden zijn die iemand tot dat ene kenmerk lijken te reduceren: dat ze ‘een’ allochtoon of vreemdeling zijn. In de praktijk zijn er vaak tal van andere kenmerken die relevanter zijn om te benoemen.
Allochtonen, buitenlanders en vreemdelingen worden ook nogal eens in het meervoud gebruikt als overkoepelende term. Door dit gebruik kan de indruk ontstaan dat deze mensen een homogene groep vormen, alsof zij allen hetzelfde zijn, zich hetzelfde gedragen enzovoort. Bovendien creëren deze woorden een tegenstelling tussen ‘mensen die uit andere landen zijn gekomen’ tegenover ‘mensen die van oudsher inwoners zijn van Nederland/België’. Dit kan een generaliserende, stigmatiserende en polariserende indruk maken.
2.2 MigrantTop
Voor het woord migrant(en) geldt het bovenstaande ten dele ook. Het woord migrant verwijst in letterlijke zin naar iemand die ‘aan het migreren is’, met andere woorden die van de ene plek naar de andere plek onderweg is. Doordat migranten die zich in Nederland of België vestigden vaak nog steeds migranten worden genoemd, ook al zijn ze niet meer aan het migreren, is dit woord als synoniem van allochtonen, buitenlanders en vreemdelingen gaan fungeren.
In Nederland gebruiken verschillende organisaties, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de term migrant voor mensen van wie minstens een van de ouders of grootouders in het buitenland is geboren.
Hoewel dit woord voor veel mensen minder generaliserend, stigmatiserend en polariserend overkomt, en het in een CBS-context ook wel degelijk neutraal kan zijn, is het in het algemeen taalgebruik zeker niet neutraal: ook dit woord verwijst immers naar het feit dat mensen ‘niet van hier’ zijn.
2.3 Iemand met een migratieachtergrondTop
Een andere, uit de politiek en statistiek afkomstige aanduiding is iemand/persoon/mens met een migratieachtergrond. In overheids- en beleidsteksten wordt daar tegenwoordig vaak de voorkeur aan gegeven.
De opkomst van formuleringen met de nabepaling met een migratieachtergrond is het gevolg van een groeiende weerstand tegen het gebruik van zelfstandige naamwoorden die op zichzelf een persoonskenmerk weergeven, zoals (een) allochtoon en (een) migrant. Zulke zelfstandige naamwoorden lijken personen te reduceren tot dat ene kenmerk, namelijk het hebben van een bepaalde afkomst of achtergrond. Combinaties als mensen met een migratieachtergrond leggen daar minder nadruk op. Iemand wordt dan in de eerste plaats benoemd als mens, met daarna informatie over diens achtergrond. Dat kan een reden zijn om deze formulering te verkiezen boven migrant.
Een nadeel blijft dat het een weinig specifieke koepelterm is.
3. Specifiekere aanduidingen[Top]
In overheids- en beleidsteksten wordt tegenwoordig vaak de voorkeur gegeven aan (iemand/persoon) met een migratieachtergrond als de schrijver wil uitdrukken dat het in algemene zin om een (individueel) persoon gaat die niet oorspronkelijk uit Nederland dan wel België komt, of van wie de ouders of voorouders (of een of enkelen van hen) niet oorspronkelijk uit Nederland dan wel België komen. Soms is het wenselijk of relevant om specifieker te zijn. Het geldt dan als respectvol om de aanduiding te gebruiken waarmee die persoon of personen naar zichzelf verwijzen, als die te achterhalen is – of daar op zijn minst rekening mee te houden.
Voorbeelden van zo’n specifieke aanduiding zijn: Turkse buurvrouw, Surinaamse Nederlander, Eritrees-Belgische docent, medewerker met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond, iemand met Spaanse ouders, West-Vlaams politicus met Congolese roots enzovoort.
(1a) Mijn docente bij dit vak is Belgisch-Eritrees.
(1b) Ik heb bij dit vak een Belgisch-Eritrese docente.
(2a) Onze buurman is een Surinaamse Nederlander.
(2b) Onze buurman heeft een Surinaams-Nederlandse achtergrond.
(3a) Ahmed Aboutaleb was de eerste Rotterdamse burgemeester met een Marokkaanse achtergrond.
In sommige contexten is niet zozeer iemands persoonlijke achtergrond relevant als wel het feit dat de persoon in kwestie niet van oorsprong Nederlands of Belgisch is, bijvoorbeeld in een situatie waarin dat wellicht niet zo snel verwacht wordt.
(3b) Ahmed Aboutaleb was de eerste Rotterdamse burgemeester met een niet-Nederlandse achtergrond.
Dit geldt niet alleen voor aanduidingen van individuen; ook voor groepen kunnen formuleringen als mensen/inwoners/medewerkers met een niet-Nederlandse achtergrond en van niet-Belgische origine of een specifiekere aanduiding van de relevante nationaliteiten bruikbaar en gepast zijn. Ze hebben als voordeel dat het als relevant geachte kenmerk niet als de kern van de woordgroep wordt gepresenteerd (zoals bij allochtonen), maar pas in tweede instantie wordt genoemd. Een nadeel kan wel zijn dat de omschrijving omslachtig is.
(4) In deze wijk wonen veel mensen met een Marokkaans-Belgische achtergrond.
(5) Bij de politie en in ziekenhuizen werken steeds meer mensen met een migratieachtergrond.
(6) Medewerkers met een niet-Nederlandse achtergrond zeggen dat het moeilijk is om in te burgeren als je de taal niet goed beheerst.
In veel contexten is een verwijzing naar iemands etnische of culturele achtergrond, zoals eerder gezegd, niet relevant.
(7) Soundos El Ahmadi is een Nederlandse stand-upcomedian, actrice en presentatrice.
(8) Amadou Onana is een Belgische voetballer die in juni 2022 zijn debuut maakte in het nationale elftal.
4. Minder gangbare termen[Top]
Andere algemene termen voor mensen met een migratieachtergrond die door de jaren heen gebruikt zijn, zijn onder meer gastarbeider, bicultureel, etnische minderheid of etnisch-culturele minderheid.
In de jaren zestig kwam de term gastarbeiders op voor mensen uit andere landen die in Nederland of België kwamen werken. Hij was bedoeld voor werkende mensen en drukte uit dat ze hier ’te gast’ waren – ze waren door Nederlandse en Belgische overheden gerekruteerd voor ‘gastarbeid’ – en na zekere tijd weer zouden terugkeren. De term is inmiddels nauwelijks nog in gebruik; in historische contexten kan hij nog bruikbaar zijn.
Het woord bicultureel verwijst naar de twee culturen waarin iemand is opgegroeid, bijvoorbeeld de Belgische dan wel Nederlandse en die van de ouders of voorouders. Het kan gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord in combinaties als met een biculturele achtergrond. Vergelijkbare termen zijn bijvoorbeeld met een multi-etnische achtergrond, van gemengde (etnische) afkomst/origine of met dubbele roots. Deze woorden en omschrijvingen zijn tamelijk neutraal, maar komen in de praktijk niet zoveel voor.
Met etnische minderheid of etnisch-culturele minderheid wordt een groep mensen aangeduid die – binnen het land waar ze wonen – tot een andere bevolkingsgroep en/of cultuur worden gerekend dan de grootste of belangrijkste bevolkingsgroep in dat land. Deze aanduiding heeft, net als mensen met een migratieachtergrond, als kenmerk dat ze niet specifiek is: ze maakt niet duidelijk om welke bevolkingsgroep het gaat. Verder is ze voor individuele personen alleen bruikbaar met een toevoeging als iemand of een persoon: iemand die tot een etnisch-culturele minderheid behoort, wat enigszins omslachtig kan zijn.
Zie ook
Inclusief taalgebruik (algemeen)
Huidskleur van personen benoemen (algemeen)
Bronnen
- 11.11. Woordenlijst met termen over dekolonisatie. Geraadpleegd via https://11.be/sites/default/files/2021-06/210628-Lexicon-Inspiratiegids.pdf.
- De Standaard. Het Gevoelig Lexicon. Geraadpleegd via https://www.standaard.be/gevoelig-lexicon.
- Geraadpleegd via https://etymologiebank.nl.
- Kennisplatform Inclusief Samenleven via https://www.kis.nl/terminologie-inclusieve-communicatie
- Woordenlijst inclusieve communicatie. Geraadpleegd via https://www.unia.be/nl/sensibilisering-en-preventie/tools/inclusieve-communicatie-gids-en-tips/inclusieve-communicatie-3-belangrijke-tips/het-lexicon-van-inclusieve-communicatie.
- Volkskrant Stijlboek. Geraadpleegd via https://www.volkskrant.nl/kijkverder/2023/volkskrant-stijlboek~v793132/
- Woordenlijst Inclusief Taalgebruik. Geraadpleegd via https://diversewoordenlijstvrt.wordpress.com.
- Waszink, V. (2022). Dat mag je ook (al niet meer) zeggen. Den Haag: Genootschap Onze Taal.
- Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid via https://www.wrr.nl/publicaties/policy-briefs/2021/06/22/index
- Women Inc (2025). De incomplete stijlgids. Geraadpleegd via https://www.womeninc.nl/wp-content/uploads/2025/06/wi-stijlgids-2025.pdf.
- Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Geraadpleegd via https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1980/12/15/1980121550/justel
- Vreemdelingenwet 2000. Geraadpleegd via https://wetten.overheid.nl/BWBR0011823/2026-01-01#Hoofdstuk1
