Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Willen: wilde / wou, wilden / wou(d)en

Vraag

Hoe wordt het werkwoord willen in de verleden tijd vervoegd: wou of wilde (enkelvoud) en wouen, wouden of wilden (meervoud)?

Antwoord

In het enkelvoud is zowel de regelmatige vorm wilde als de onregelmatige vorm wou gebruikelijk. Wou wordt in Nederland als informeler beschouwd.

In het meervoud is wilden de neutrale en veruit de gebruikelijkste vorm. Wouden en wouen worden vooral gebruikt in gesproken taal.

Toelichting

De verledentijdsvorm van willen is wilde of wou. Wou wordt vaker in België dan in Nederland gebruikt. In Nederland wordt wou aangevoeld als informelere variant van het neutrale wilde.

(1a) Hij wilde zo graag een voorbeeld zijn voor zijn kinderen.

(1b) Hij wou zo graag een voorbeeld zijn voor zijn kinderen.

(2a) In een reactie liet de minister weten dat ze naar meer draagvlak wilde streven.

(2b) In een reactie liet de minister weten dat ze naar meer draagvlak wou streven.

In het meervoud is wilden de neutrale vorm in zowel gesproken als geschreven taal. Wouden en wouen worden vooral gebruikt in gesproken taal.

(3a) Die lieve puppy's in het asiel wilden allemaal geknuffeld worden.

(3b) Die lieve puppy's in het asiel wouden allemaal geknuffeld worden. (spreektaal)

(4a) 'Na het feest van vorig jaar wilden we Marco Borsato dit jaar zeker niet missen', aldus een fan.

(4b) 'Na het feest van vorig jaar wouden we Marco Borsato dit jaar zeker niet missen', aldus een fan. (spreektaal)

(4c) 'Na het feest van vorig jaar wouen we Marco Borsato dit jaar zeker niet missen', aldus een hevige fan. (spreektaal)

Zie ook

Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)

Ervaren: ervaarde / ervoer
Klagen: kloeg / klaagde
Scheppen: schepte / schiep
Schrok af / schrikte af
Verrekken: verrokken / verrekt
Wuiven: woof / wuifde
Zegden / zeiden
Zweren: zwoor / zwoer / zweerde

Naslagwerken

Grote Van Dale (2015); Van Dale Hedendaags Nederlands (2008); Koenen (2006); ANS (1997), p. 98 of online via de E-ANS; Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014); Schrijfwijzer (2012), p. 243; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 174; Onze Taal; Taaltelefoon; VRTtaal.net