Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Wilde / wou, wilden / wouen

Vraag

Hoe wordt het werkwoord willen in de verleden tijd vervoegd: wou (enkelvoud) en wouen (meervoud) of wilde(n)?

Antwoord

Het werkwoord willen kent in de verleden tijd twee vervoegingen: zowel de regelmatige vormen wilde en wilden als de onregelmatige vormen wou en wouden of wouen. De enkelvoudsvorm wou wordt minder in de schrijftaal gebruikt; de meervoudsvorm wou(d)en is geheel beperkt tot de spreektaal.

Toelichting

Wou en wou(d)en zijn ontstaan uit de oudere vormen wolde(n) (vgl. Duits wollte(n)). In het Nederlands zijn de klankcombinaties old en ald tot oud geworden, bijvoorbeeld: goud, hout en woud (Duits Gold, Wald en Holz; Engels gold en wood). In sommige gevallen is de d later weggevallen, bijvoorbeeld hou (en trouw) en zou (Duits sollte; Engels should).

Het is opmerkelijk dat de onregelmatige enkelvoudsvorm wou veel aanvaardbaarder is in de schrijftaal dan de meervoudsvorm wouen. Zo oordeelt Van Dale bijvoorbeeld 'in de volkst. ook: wouwen'. Naast wouen is ook nog de vorm wouden mogelijk: met deze spelling is de verledentijdsvorm in de spellinggidsen opgenomen. Weliswaar wordt in wouen een w uitgesproken, maar de spelling wouwen is ook in de weergave van gesproken taal niet gebruikelijk. De uitspraak en spelling van de vorm wou(d)en zijn dus vergelijkbaar met die van het werkwoord houden/hou(w)en.

Bronnen

Loey, A. van (1970). Schönfelds Historische grammatica van het Nederlands (8e dr.). Zutphen: Thieme. (p. 72, 177)

Naslagwerken

Schrijfwijzer (1995), p. 103

In een enkel geval heeft een werkwoord twee vormen voor de verleden tijd. Enkele voorbeelden: (...) wilde/wou. Hier zijn beide vormen mogelijk. De vorm wilde wordt vooral in de schrijftaal gebruikt, en wou in de spreektaal.

Taalboek Nederlands (1997), p. 138

wouen [is] erg informele spreektaal.

Grote Van Dale (2005)

willen (wilde of wou, h. gewild, mv. wilden, in de volkst. ook: wouwen, Belg.N. spreekt. ook: wouden)

ANS (1997), p. 98 of online via de E-ANS

ik (...) jij (...) u (...) hij wilde (...) wou (...) we (...) jullie (...) ze wilden (...) wouen

Woordenlijst (2005)

willen, wilde, wou, wilden, wouden

Nieuwe Spellinggids (1997)

willen (...) wilde/wou, wilden/wouden