Is de zin De situatie wijzigt juist, of moet het De situatie verandert zijn?
De situatie verandert is zeker correct. Zinnen als De situatie wijzigt zijn tegenwoordig erg gebruikelijk, maar ze zijn niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar.
Veranderen kan zowel met als zonder lijdend voorwerp gebruikt worden. In de betekenis 'anders maken', 'een andere vorm geven' wordt veranderen met een lijdend voorwerp gebruikt. In de betekenis 'anders worden', 'in een bepaalde andere vorm overgaan' krijgt het geen lijdend voorwerp.
(1) Zij verandert de japon. ('anders maken')
(2) De tovenaar verandert de zakdoek in een duif. ('anders maken')
(3) Wijn kan in azijn veranderen. ('anders worden')
(4) Het weer verandert. ('anders worden')
Wijzigen geldt als een overgankelijk werkwoord: het kan alleen gebruikt worden met een lijdend voorwerp. Het betekent dan 'anders maken', 'aanpassen'. Het wederkerend gebruik van wijzigen (met zich) heeft als betekenis '(uit zichzelf) anders worden'.
(5) We proberen al jaren om die wet te wijzigen.
(6) NS wijzigt de reistijden.
(7) De situatie wijzigt zich.
(8) De loop van de rivier heeft zich gewijzigd.
(9) Als je het eerste cijfertje aanpast, wijzigt de rest zich vanzelf.
In de praktijk wordt wijzigen ook zonder lijdend voorwerp (onovergankelijk) gebruikt. Wijzigen betekent dan '(door iets) anders worden'. Dat relatief nieuwe gebruik van wijzigen vindt steeds meer ingang. Vooral de laatste jaren wordt wijzigen erg frequent gebruikt zonder lijdend voorwerp. Toch wordt dat gebruik niet door alle taalgebruikers aanvaard.
(10) Die situatie moet snel wijzigen. (twijfelachtig)
(11) De prijs van diesel zal weer wijzigen. (twijfelachtig)
(12) Bij multinationals zie je dat het beleid snel wijzigt. (twijfelachtig)
Let erop dat wijzigen en zich wijzigen meestal niet door elkaar gebruikt kunnen worden. Zich wijzigen impliceert dat de verandering spontaan, uit zichzelf gebeurt. Wijzigen drukt uit dat de verandering door iets of iemand veroorzaakt wordt.
Gewijzigd en veranderd zijn in de meeste gevallen wél door elkaar te gebruiken: als bijvoeglijk naamwoord (de veranderde omstandigheden, de gewijzigde omstandigheden) en als naamwoordelijk deel (de omstandigheden zijn veranderd, de omstandigheden zijn gewijzigd).
Onovergankelijk gebruik van overgankelijke werkwoorden (algemeen)
Kankercellen zaaien (zich) uit
Missen / ontbreken
Zich bedenken / bedenken
Hendrickx, R. Wijzigen. Geraadpleegd op 23 november 2007 via http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalkwesties/w-wz/tk-w0055.shtml.
| wijzigen | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 (overg.; wijzigde, h. gewijzigd) veranderingen brengen in -, syn. veranderen: een wet wijzigen; dat kan nog gewijzigd worden; de dienstregeling is gewijzigd 2 (onoverg.; wijzigde, is gewijzigd) anders worden, syn. veranderen |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | [ov. ww., wijzigde, h. gewijzigd] 1 veranderen: de statuten wijzigen; een wet wijzigen |
| Verschueren (1996) | 1. Overg. (kleine) veranderingen aanbrengen in 2. Onoverg. anders worden – Syn. veranderen |
| Koenen (2006) | wijzigde, h gewijzigd veranderingen maken in |
| Kramers (2000) | (wijzigde, h. gewijzigd) veranderen |
| Correct Taalgebruik (2006), p. 316 | Wijzigen is een overgankelijk werkwoord (het moet dus een lijdend voorwerp krijgen) en een wederkerend werkwoord (het krijgt dan zich). (…) Het werkwoord kan in de standaardtaal niet onovergankelijk worden gebruikt, ook al leest en hoort men dat wel eens. |
| Stijlboek VRT (2003), p. 272 | Wijzigen is een overgankelijk werkwoord: iemand wijzigt iets. (…) Niet gebruiken voor: veranderen, gewijzigd worden. Gebruik bij voorkeur concretere werkwoorden. |
| Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw (1999), p. 140 | het gebruik van werkwoorden die normaal een lijdend voorwerp bij zich hebben (De minister wijzigt het BTW-tarief) alsof het werkwoorden zonder lijdend voorwerp zijn (Het BTW-tarief wijzigt). |