Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Werkeloos / werkloos

Vraag

Wat is correct: Ze zit al een tijdje werkloos thuis of Ze zit al een tijdje werkeloos thuis

Antwoord

Beide zinnen zijn correct. Werkloos is het gebruikelijkst in de betekenis 'zonder werk, zonder baan'. Werkeloos is het gebruikelijkst in de betekenis 'zonder iets te doen'.

Toelichting

Werkloos en werkeloos worden allebei in de betekenis 'zonder (betaald) werk', 'zonder baan' gebruikt. De vorm werkloos is het gebruikelijkst in deze betekenis.

(1) Ze zit al een tijdje werkloos thuis.

(2) Hij is een jaar geleden werkloos geworden.

Werkeloos heeft vooral de betekenis 'zonder iets te doen', maar werkloos komt ook weleens voor in deze betekenis.

(3) Ik ga niet werkeloos toezien hoe de boel in het honderd loopt.

Bijzonderheid

Met het achtervoegsel -loos kunnen bijvoeglijke naamwoorden worden gevormd van zelfstandige naamwoorden met de betekenis 'zonder -', bijvoorbeeld bodemloos, draadloos en liefdeloos. Soms verschijnt in deze afleidingen een tussenklank -e-, zoals in mateloos, vruchteloos en zorgeloos.

In een aantal gevallen kan met -loos van hetzelfde zelfstandig naamwoord zowel een afleiding met als een afleiding zonder tussenklank -e- worden gevormd. De afleidingen zonder tussen-e hebben dan vaak een letterlijke betekenis, de afleidingen met tussen-e een afgeleide of overdrachtelijke betekenis. Voorbeelden: naamloos ('zonder naam, anoniem') - nameloos ('onuitsprekelijk groot'); smaakloos ('zonder smaak') - smakeloos ('niet van goede smaak getuigend'); zinloos ('zonder zin, betekenis') - zinneloos ('zonder zinnen, krankzinnig'); zoutloos ('zonder zout') - zouteloos ('zonder pit, niet geestig').

Zie ook

Samenstelling met tussenletters -e- of -en- (Leidraad 8)
Hoofdregel (Leidraad 8.1)
Afleiding zonder tussen-n (Leidraad 9.1)

Giraffehals / giraffenhals
Ideeënloos / ideeëloos
Ongelofelijk / ongelooflijk
Reuzenkans / reuzekans
Zorgenloos / zorgeloos

Naslagwerken

Woordenlijst (2015); ANS (1997), p. 724 of online via de E-ANS; Grote Van Dale (2015); Van Dale Hedendaags Nederlands (2008); Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014); Schrijfwijzer (2012), p. 235; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 123