Wat is het verschil tussen een wederkerend en een wederkerig voornaamwoord?
Wederkerende voornaamwoorden zijn bijvoorbeeld me, ons en zich in zinnen als ik heb me gesneden, we vergissen ons, hij wast zich. Wederkerige voornaamwoorden zijn de woorden elkaar, elkander en mekaar. Wederkerige voornaamwoorden hebben - anders dan wederkerende - altijd een meervoudig antecedent en drukken een wederzijdse relatie uit.
Het wederkerend voornaamwoord komt voor in de volgende vormen:
enkelvoud |
meervoud |
|
1e persoon |
me (mij) |
ons |
2e persoon |
je; u, zich |
je; u, zich |
3e persoon |
zich |
zich |
Naast deze gewone vormen zijn er ook de vormen met -zelf: mezelf, jezelf, uzelf, zichzelf enzovoort
Het wederkerend voornaamwoord verwijst meestal naar het onderwerp van een zin. Voorbeelden:
(1) Ik was me.
(2) Je vergist je.
(3) Hij spoedt zich naar de vergadering.
(4) Stelt u zich even voor.
Het wederkerig voornaamwoord komt vrijwel uitsluitend voor in de vorm elkaar. In spreektaal wordt ook wel de vorm mekaar gebruikt en in archaïsch taalgebruik elkander. Het wederkerig voornaamwoord komt overigens, anders dan het wederkerend voornaamwoord, ook niet-zelfstandig voor: zij beoordelen elkaars prestaties.
Ook het wederkerig voornaamwoord verwijst vaak naar het onderwerp van de zin. Het verschil is dat het wederkerig voornaamwoord een wederzijdse (meer precies: 'wederkerige') relatie uitdrukt. Bijvoorbeeld:
(5a) Johan en Pieter verdedigen elkaar.
Het wederkerige karakter is als volgt te omschrijven: Johan verricht de handeling 'verdedigen' en Pieter ondergaat die; Pieter verricht dezelfde handeling, die Johan op zijn beurt ondergaat.
Het verschil tussen een wederkerend en een wederkerig voornaamwoord komt naar voren als we de volgende zinnen vergelijken:
(5a) Johan en Pieter verdedigen elkaar. (Johan verdedigt Pieter en Pieter verdedigt Johan)
(5b) Johan en Pieter verdedigen zich. (Johan verdedigt Johan en Pieter verdedigt Pieter)
(6a) Ellen en Gea vervelen elkaar. (Ellen verveelt Gea en andersom)
(6b) Ellen en Gea vervelen zich. (ieder van beiden verveelt zich)
Mekaar / elkaar
Wederkerend of persoonlijk voornaamwoord
ANS (1997), p. 260-272 of online via de E-ANS, p. 55-59 of online, p. 273-279 of online; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 250-251