Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Zich / u (U hebt - vergist)

Vraag

Wat is correct: U hebt zich vergist of U hebt u vergist?

Antwoord

Beide zinnen zijn correct. Daarnaast zijn nog twee varianten in gebruik en correct: U heeft zich vergist en het minder gebruikelijke U heeft u vergist.

Toelichting

Het persoonlijk voornaamwoord u werd oorspronkelijk beschouwd als een derde persoon enkelvoud (afgeleid van uwe edelheid). De hiermee corresponderende vormen zich (wederkerend voornaamwoord) en heeft (persoonsvorm) zijn nog steeds in gebruik. Inmiddels wordt u al lange tijd opgevat als een tweede persoon enkelvoud: de beleefde variant van jij/je. Hiermee corresponderen het wederkerend voornaamwoord u en de persoonsvorm hebt. Deze vormen zijn naast zich en heeft in gebruik gekomen; ze hebben ze niet verdrongen.

Wie consequent wil zijn, kiest ofwel voor de derdepersoonsvormen zich en heeft, ofwel voor de tweedepersoonsvormen u en hebt. In de praktijk wordt dit onderscheid echter niet strikt aangehouden. De tweede- en derdepersoonsvormen kunnen bij u door elkaar worden gebruikt. Bijvoorbeeld in combinatie met een wederkerend werkwoord als zich vergissen, zich aanmelden, zich voorstellen.

(1a) U hebt u waarschijnlijk vergist.

(1b) U hebt zich waarschijnlijk vergist.

(1c) U heeft zich waarschijnlijk vergist.

(1d) U heeft u waarschijnlijk vergist.

(2a) U hebt u vorige week aangemeld voor ons e-seminar.

(2b) U hebt zich vorige week aangemeld voor ons e-seminar.

(2c) U heeft zich vorige week aangemeld voor ons e-seminar.

(2d) U heeft u vorige week aangemeld voor ons e-seminar.

De (d)-zinnen zijn het minst gebruikelijk.

Als het wederkerend voornaamwoord meteen volgt op het persoonlijk voornaamwoord u, dan kan zich (zin 3a en 4a) de voorkeur hebben voor wie een opeenvolging van twee keer u (zin 3b en 4b) niet vlot vindt klinken.

(3a) Misschien hebt u zich vergist.

(3b) Misschien hebt u u vergist.

(4a) Hebt u zich niet vergist?

(4b) Hebt u u niet vergist?

Zie ook

Jezelf / je zelf
U heeft / hebt
U is / bent
U wil, zal, kan / wilt, zult, kunt
Wederkerend of persoonlijk voornaamwoord
Zich / u (U vergist -)
Zichzelf / uzelf

Naslagwerken

ANS (1997), p. 261-263 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 245; Taaltelefoon