Is het u hebt zich vergist of u hebt u vergist?
Beide mogelijkheden zijn correct, maar u hebt u vergist klinkt wat gewoner dan u hebt zich vergist. In meer formeel taalgebruik komt ook vaak u heeft zich vergist voor.
Of de vorm u of zich van het wederkerend voornaamwoord gebruikt wordt, hangt af van de manier waarop het persoonlijk voornaamwoord u - het eerste u in het voorbeeld - opgevat wordt.
Oorspronkelijk is u een derde persoon enkelvoud (afgeleid van uwe edelheid), waarmee - net als bij hij of zij - het wederkerend voornaamwoord zich correspondeert. Tegenwoordig geldt u echter als een vorm voor de tweede persoon (enkelvoud en meervoud). De hiermee corresponderende vorm van het wederkerend voornaamwoord is u. Vandaar dat naast elkaar kunnen voorkomen: u hebt zich vergist en u hebt u vergist.
Dat het persoonlijk voornaamwoord u op twee manieren opgevat kan worden, blijkt ook uit het feit dat het als onderwerp van een van de hulpwerkwoorden hebben, zijn, kunnen, willen en zullen in de praktijk twee verschillende persoonsvormen bij zich kan krijgen: u hebt, u bent, u kunt, u wilt, u zult (tweede persoon) of u heeft, u is, u kan, u wil, u zal (derde persoon).
Als een van de genoemde hulpwerkwoorden verbonden wordt met een wederkerend werkwoord zoals zich vergissen, dan zijn er in principe vier combinatiemogelijkheden, bijv. met hebben:
(1a) U hebt u waarschijnlijk vergist.
(1b) U hebt zich waarschijnlijk vergist.
(1c) U heeft zich waarschijnlijk vergist.
(1d) U heeft u waarschijnlijk vergist.
Combinaties als (1a), (1b) en (1c) zijn in de praktijk heel gebruikelijk, maar u hebt zich en zeker u heeft zich klinken voor sommigen (veel) formeler dan u hebt u. Wie consequent wil zijn in het gebruik van de tweede of de derde persoon, zal respectievelijk aan (1a) en (1c) de voorkeur geven. Een combinatie als (1d) komt ook voor, maar is minder gebruikelijk.
Op overeenkomstige wijze zijn onder meer mogelijk: u kunt u vergissen, u kunt zich vergissen, u kan zich vergissen; u bent u bewust van..., u bent zich bewust van..., u is zich bewust van...; u kunt u voorstellen dat..., u kunt zich voorstellen dat..., u kan zich voorstellen dat...; u wilt u aanmelden, u wilt zich aanmelden, u wil zich aanmelden; u zult u vergissen, u zult zich vergissen, u zal zich vergissen. Minder gebruikelijk zijn: u kan u vergissen, u is u bewust van..., u kan u voorstellen dat..., u wil u aanmelden, u zal u vergissen.
Soms kan het gebruik van zich wenselijker zijn, ook bij persoonsvormen van de tweede persoon. Wie vindt dat een directe opeenvolging van twee keer u niet mooi klinkt, zal in een hoofdzin bij inversie van onderwerp en persoonsvorm (zoals in Waarschijnlijk hebt u u vergist, Hebt u u niet vergist?) en in een bijzin (zoals in (Ik denk) dat u u vergist hebt) de voorkeur geven aan zich, dus hebt u zich vergist, ...dat u zich (vergist hebt).
Jezelf / je zelf
U heeft / hebt
Wederkerend of persoonlijk voornaamwoord
Zich / u (U vergist -)
Zichzelf / uzelf
Onze Taal 57 (1988), p. 168; 58 (1989), p. 4; 61 (1992), p. 158
ANS (1997), p. 261-263; Klooster (2001), p. 352; Ik schrijf zonder fouten (1997), p. 106; Schrijfwijzer (2002), p. 187; Taalboek Nederlands (1997), p. 164; Vraagbaak Nederlands (2001), p. 129-130