Is het gebruik van toekomen in een zin als Aanvragen moeten uiterlijk 1 maart aanstaande bij het stadsbestuur toekomen correct?
Het is niet duidelijk of we toekomen in de betekenis '(een bepaalde bestemming) bereiken' al dan niet tot de standaardtaal in België kunnen rekenen. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn naargelang van de context in elk geval aankomen en binnenkomen.
Om uit te drukken dat iets dat of iemand een bepaalde bestemming bereikt, gebruikt men in de standaardtaal de werkwoorden aankomen, arriveren of binnenkomen.
(1) Het was al half acht en de befaamde zangeres was nog altijd niet aangekomen in het Sportpaleis.
(2) De premier arriveerde te laat op de vergadering met de topambtenaren.
(3) Laat je iets weten als die brief van de universiteit binnenkomt?
In België wordt in zulke contexten ook wel het werkwoord toekomen gebruikt, ook door een aantal standaardtaalsprekers. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die dat woord afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of toekomen in de bedoelde betekenis tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.
(4) Wanneer zijn de brieven toegekomen? (in België, status onduidelijk)
(5) Na een reis van twee uur kwamen we toe in Oostende. (in België, status onduidelijk)
Het werkwoord toekomen wordt ook gebruikt in de vaste verbinding (iemand iets) doen/laten toekomen, die vooral in de (ambtelijke) schrijftaal voorkomt en betekent '(iemand iets) sturen', d.w.z. 'ervoor zorgen dat iets bij iemand aankomt'.
(6) Bij dezen doe ik u een exemplaar van het rapport van de commissie toekomen.
(7) Alvorens wij ons beroepschrift op dit punt inhoudelijk verder kunnen motiveren richten wij aan u het nadrukkelijke verzoek om ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur nadere informatie te laten toekomen.
Clerck, W. de (1981). Nijhoffs Zuidnederlands Woordenboek. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff. (pp. 528-529)
Wouden, T. van der (1998). Verboden op het werk te komen. Klein woordenboek van Vlaamse taal- en andere eigenaardigheden.
Enschede: SIWU. (p. 121)
| toekomen | aankomen | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 (Belg.N., niet alg.) (van personen) aankomen, arriveren (…) 2 (van zaken) aankomen (in de alg. taal slechts gewoon in de verb.): (form.) doen toekomen, syn. zenden, toesturen | 1 (van personen, goederen en vervoermiddelen) op de plaats van bestemming komen, m.n. aan land, in een haven, op een station e.d. komen, syn. arriveren |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 2 (Belg., niet alg.) aankomen | 1 zijn bestemming bereiken (…) syn. arriveren, toekomen |
| Verschueren (1996) | 2. Z.N. aankomen | 1. ergens komen |
| Koenen (1999) | [in deze betekenis niet opgenomen] | 1 een plaats bereiken, naderen |
| Kramers (2000) | 4 ZN (van personen) aankomen, arriveren | 1 op de plaats van bestemming komen |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 250 | Toekomen wordt met doen en met laten gebruikt. 'Toekomen' is niet correct voor: aankomen, bereiken. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 275 | [wordt afgekeurd] in A. -, in A. aankomen, A. bereiken | [in deze betekenis niet opgenomen] |
| Taalwijzer (1998), p. 323, 18 | Correct is de wending: (iem. iets) doen of laten toekomen (= iem. iets bezorgen, overhandigen, *sturen) | 1) Niet te verwarren met *toekomen. Mensen (en zaken) komen ergens aan, bereiken hun bestemming. |
| Stijlboek VRT (2003), p. 239 |
Toekomen betekent: genoeg hebben. (…) Niet gebruiken voor: aankomen. |
- |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | in België ook: aankomen, arriveren | - |